|
|||||||
De Helderheid van Sterren | |||||||
Niet alle sterren
aan de sterrenhemel zijn even helder. Gelukkig maar, want anders zou de sterrenhemel een stuk saaier zijn. Schijnbare helderheid. De Griekse astronoom Hipparchus (ongeveer 120 voor Christus) classificeerde de sterren aan de hemel naar hun helderheid. De helderste sterren noemde hij klasse 1, en de sterren die nog nét zichtbaar waren werden klasse 6. Hij noemde dat de schijnbare helderheid of ook wel de schijnbare magnitude magnitude m van een ster. De lichtsterkte van m = 1 sterren is ongeveer 100 keer zo groot als van m = 6 sterren. |
|
||||||
In
1856 is deze helderheidsschaal uitgebreid en verfijnd door Robert
Pogson,
die bepaalde dat een magnitude van 5 minder overeenkomt met een 100 maal
zo grote lichtkracht. Daarmee is de magnitudeschaal een logaritmische schaal geworden. Als de waargenomen lichtsterkte gelijk is aan L, dan geldt m = glog(L) |
|||||||
1. | Toon aan dat uit de voorwaarde van Pogson volgt dat dat g = 0,398 | ||||||
|
|||||||
Hele heldere sterren
kunnen zelfs een negatieve magnitude krijgen. Zo geldt bijvoorbeeld: |
|||||||
|
|||||||
Absolute Helderheid. | |||||||
De absolute
helderheid (M) van een hemellichaam is
gedefinieerd als de helderheid die het zou hebben als het op een afstand
van 10 parsec zou
staan (ongeveer 32,6 lichtjaar).
|
|||||||
M = m + 5 - 5 • 10log(r) |
|||||||
2. | De ster Sirius heeft
een schijnbare helderheid van -1,46 en een absolute helderheid van
1,43 Hoe ver staat Sirius van ons af? |
||||||
3. | Het licht van onze
zon doet er 8 minuten en 21 seconden over om bij ons te komen. De schijnbare magnitude van onze zon is -26,7. Bereken de absolute magnitude van onze zon. |
||||||
© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl) |