|
|
 |
|
Aanzichten. |
©
h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl) |
|
| |
|
Als je een goed beeld
van een ruimtelijke figuur wilt hebben dan kun je die figuur natuurlijk
ruimtelijk tekenen. Het nadeel daarvan is, dat bij veel details dat
nogal moeilijk is, en ook dat je de vlakken die "in de diepte" lopen
niet op ware grootte ziet. Daarom is het vaak handig om ook de
aanzichten van zo'n figuur te tekenen. Die geven vaak extra
informatie.
Een aanzicht van een figuur is wat je ziet als je er van een bepaalde
kant naar kijkt zonder diepte te zien. Nou kun je natuurlijk van
allerlei kanten naar een figuur kijken, dus er zijn oneindig veel
aanzichten te tekenen. Meestal is het gebruikelijk dat we onder DE
aanzichten van een figuur bedoelen: het vooraanzicht,
het bovenaanzicht en het rechterzijaanzicht.
Hieronder zie je links een ruimtelijke figuur met rechts de drie
bijbehorende aanzichten. |
| |
|
|
 |
| |
|
Daar valt meteen al iets aan op:
sommige lijnen zijn gestippeld en anderen niet. Dat is geen toeval of
foutje.
De afspraak is: |
|
Ribben die je niet kunt zien moet je
gestippeld tekenen. |
|
| |
|
| Verder is het vaak handig om de
hoekpunten van een figuur een naam te geven en die letters er in de
aanzichten bij te zetten. Voor de vorige figuur zou dat het volgende
opleveren: |
| |
|
|
 |
| |
|
| Op de volgende prachtige sites van het Freudenthal
Instituut kun je met aanzichten oefenen. |
| |
|
| om aanzichten te begrijpen: |
|
|
|
| Om zelf aanzichten te bouwen: |
|
|
|
| |
|
| |
|
|
|
OPGAVEN |
| |
|
| 1. |
Hieronder zie je drie stapels met kubusjes.
Teken daarvan de drie aanzichten. |
| |
|
|
|
| |
|
| |
|
|
|
| 2. |
Hieronder zie je twee keer een bovenaanzicht van een
stapel kubussen. De getallen geven aan hoeveel kubussen er op
die plaats op elkaar gestapeld zijn. Beantwoord in beide
gevallen de volgende drie vragen: |
| |
|
|
|
| |
a. |
Teken een vooraanzicht en een
rechter zijaanzicht. |
| |
|
|
| |
b. |
Hoeveel kubussen zou je er bij
kunnen zetten zonder dat het rechteraanzicht en het vooraanzicht veranderen? |
| |
|
|
|
| |
c. |
Hoeveel kubussen zou je weg kunnen
halen zonder het rechteraanzicht en het vooraanzicht veranderen? |
| |
|
|
|
| |
 |
| |
|
|
|
| 3. |
Teken een zijaanzicht, een
vooraanzicht en een bovenaanzicht van de volgende ruimtelijke
figuren. |
| |
|
|
|
| |
|
| |
|
|
|
| 4. |
Hieronder zie je de
drie aanzichten van een ruimtelijke figuur. Maak een
(ruimtelijke) tekening van die figuur. |
| |
|
|
|
| |
a. |
 |
| |
|
|
|
| |
b. |
 |
| |
|
|
|
| |
c. |
 |
| |
|
|
|
 |
|
|
©
h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl) |
|
| |