|
|
 |
|
|
©
h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl) |
|
|
Convergeren en Divergeren. |
| |
|
| Bij veel rijen getallen zie je één
van de twee onderstaande effecten optreden. |
| |
|
|
 |
| |
|
In het linkergeval loopt de
weggrafiek "naar het snijpunt toe", dat wil zeggen dat in de tijdgrafiek
de waarden van un steeds dichter en dichter bij
elkaar en bij de waarde van E komen te liggen. Dat heet
convergeren (naar elkaar toelopen)
In het rechtergeval lopen in de webgrafiek de punten weg van het punt E,
en in de tijdgrafiek zie je dat de punten steeds verder uit elkaar
en verder weg van E komen te liggen. Dat heet divergeren
(van elkaar weglopen)
Hieronder zie je dat nogmaals op een iets andere manier.
E noemen we de evenwichtswaarde of ook wel de
limiet van de rij. |
| |
|
|
 |
| |
|
Hetzelfde principe: bij
convergeren lopen de un waarden naar een
evenwichtswaarde toe, bij divergeren lopen ze er vanaf.
Hoe vind je die evenwichtswaarde
E?Nou, dat zie je eigenlijk al aan de figuren hierboven:
het is het snijpunt van de lijn y = x met de
recursievergelijking un = f(un
-
1). Zo' n punt heet een dekpunt.
En ik hoop nou eigenlijk dat je de volgende redenering logisch
vindt:
• Als er evenwicht is, dan veranderen de getallen van de rij niet
meer.
• Dat betekent dat un gelijk is aan
un - 1
• Dat is dan ook meteen de evenwichtswaarde E. |
| |
|
|
evenwicht:
un = un -
1 =
E
dus vervang in de recursievergelijking
un en un
- 1
beiden door E. |
|
| |
|
| Bedenk goed dat deze voorwaarde
mogelijke waarden voor een evenwicht oplevert. Het hoeft
niet zo te zijn dat dat evenwicht ook werkelijk bereikt wordt, dat heb
je in bovenstaande voorbeelden over convergentie en divergentie al wel
gezien. |
| |
Het feit of het evenwicht wel of niet bereikt
gaat worden kan erg afhankelijk zijn van de beginwaarde u0.
Hiernaast zie je bijvoorbeeld de recursievergelijking un
= 3un - 1
- un
- 12
Je ziet bijvoorbeeld dat voor de blauwe beginwaarde u0
de rij divergeert, maar voor de groene beginwaarde v0
is er zo te zien convergentie.
Voor niet alle beginwaarden is het even duidelijk wat er precies
gebeurt...... We hebben het hier over een relatief nieuw onderdeel van
de wiskunde: de chaostheorie, die eigenlijk pas de
vorige eeuw is ontwikkeld. |
 |
| |
|
Hiernaast is nóg een leuke variant te zien.
Daar staat de recursievergelijking
un =
4un
- 1
- un - 12
Je ziet dat er een waarde voor u0 te
kiezen is, waarvoor de rij "heen en weer blijft flippen".
Als un ongeveer gelijk is aan 1,4 of aan 3,6 dan ziet
de rij eruit als
3,6 - 1,4 - 3,6 - 1,4 - .....
Dat heet een alternerende rij.
Zo'n u0 kun je algebraïsch bepalen door te
stellen u2 = u0
In dit geval is u1 = 4u0
- u02
dus u2 = 4u1
- u12
= 4(4u0 - u02)
- (4u0
- u02)2
De rij alterneert als u2 = u0
dus als u0 = 4(4u0
- u02)
- (4u0
- u02)2
Y1 = x en Y2 = 4(4x
- x2 )
- (4 - x2)2 en dan intersect geeft de
waarden
x ≈ 1,381966 en x
≈ 3,618034 |
 |
| |
|
| |
|
|
|
OPGAVEN |
| |
|
| 1. |
Geef van de volgende recursievergelijkingen
eerst de mogelijke dekpunten.
Geef vervolgens aan of de rij bij de gegeven waarde van u0
convergeert naar een dekpunt of divergeert. |
| |
|
|
|
| |
a. |
un = 0,6un
- 1 + 4 met u0 = 1 |
| |
|
|
|
| |
b. |
un = 2un
- 12
- 1 met u0 = 0 |
| |
|
|
|
| |
c. |
un = un
- 13 met u0 =
-1,5 |
| |
|
|
|
| |
d. |
un = 2,5√(un
-
1
- 1) met u0
= 1 |
| |
|
|
|
| 2. |
Gegeven is de rij un
= 0,8 + 0,2un
- 12 |
| |
|
|
|
| |
a. |
Bereken de dekpunten van deze rij. |
| |
|
|
|
| |
b. |
Voor welke startwaarden convergeert
de rij naar het kleinste dekpunt? |
| |
|
|
|
| |
c. |
Voor welke startwaarden convergeert
de rij naar het grootste dekpunt? |
| |
|
|
|
| 3. |
- |
| |
|
|
|
| |
a. |
Onderzoek met een figuur zo goed
mogelijk voor welke waarden van u0 de rij
alterneert. |
| |
|
|
|
| |
b. |
Bereken met je GR
voor welke waarden van u0 de rij alterneert. |
| |
|
|
|
| 4. |
De rij u0, u1,
u2, u3,… is voor n ≥ 1
vastgelegd door de recursievergelijking: |
| |
 |
| |
|
|
|
| |
a. |
Bereken exact de limiet van deze rij. |
|
| |
|
|
|
| |
De eerste termen van de rij u0,
u1, u2, u3,… zijn
0,
1/2, 4/3, 6/4,
8/5, ...
Op grond hiervan wordt vermoed dat voor elke n ≥ 0 de volgende
formule geldt: un = (2n)/(n
+ 1) |
| |
|
|
|
| |
b. |
Toon aan dat un =
(2n)/(n + 1) voor elke n
≥ 1 voldoet aan de gegeven
recursievergelijking. |
| |
|
|
|
 |
|
|
|
©
h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl) |
|