| |
 |
| |
ฉ
h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl) |
|
|
De inverse van een matrix. |
| |
|
|
|
|
Voor getallen is het
eenvoudig: Bij vermenigvuldigen is de inverse van 3 gelijk aan
1/3
en van 7 is het 1/7
en van 1/2
is het 2. Dat komt omdat die steeds met elkaar vermenigvuldigd 1
opleveren: 3 1/3
= 1 en 7 1/7
= 1 en 1/2
2 = 1.
Nou, bij matrices doen we precies hetzelfde, alleen moet je dan niet het
getal 1 nemen, maar de
eenheidsmatrix E.
|
| |
|
|
|
|
 |
| |
|
|
|
|
In het algemeen is E
een matrix met op de hoofddiagonaal(die van linksboven naar rechtsonder)
allemaal enen en voor de rest nullen. Wat bij getallen het getal 1
is, is bij matrices de matrix E, want er geldt voor elke matrix A dat
A E = A.
De inverse van matrix A noteren we als A-1 en daarvoor
geldt dus, net zoals bij getallen: |
| |
|
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
De inverse van een 2
ื
2 matrix.
Laten we van een matrix A de inverse B gaan berekenen. Dan moet
gelden: |
 |
Dat geeft 4
vergelijkingen, met de onbekenden b1, b2,
b3, b4:
a1b1 + a2b3
= 1 ....(1)
a1b2 + a2b4
= 0 ....(2)
a3b1 + a4b3
= 0 ....(3)
a3b2 + a4b4
= 1 ....(4)
(1) geeft b1 = (1 - a2b3)/a1
en dat kun je invullen in (3). |
 |
| Daarmee kun je dan
weer b1 uitrekenen: |
 |
Op dezelfde manier
kun je van vergelijking (4) maken b2 =
..... en dat invullen in (2)
Samengevat geeft dat: |
 |
| Die noemer is in alle
vier hetzelfde en is een erg belangrijk getal dat bij een matrix A
hoort. Het heet ook wel de
determinant
van matrix A, meestal afgekort als det(A).
De determinant
bepaalt of er een inverse is of niet, immers als de determinant nul is,
dan bestaan die b's hierboven niet, dus de
inverse ook niet.
Als de determinant nul is dan heet de matrix
singulier (in andere gevallen niet-singulier)
Samengevat: |
|
|
| |
|
|
|
|
| Voorbeeld 1: |
 |
|
| |
| Voorbeeld 2. |
 |
| Vermenigvuldig beide
kanten met de inverse van de matrix. |
 |
 |
| De oplossing van het
stelsel is dus a = 10 en b = 5. |
|
| |
|
|
|
|
De inverse van andere matrices.
Op de eerste plaats moeten we even opmerken dat de inverse van een
matrix alleen bestaat als de matrix vierkant is!
Dat zit hem allemaal in de voorwaarde A A-1 = A-1
A = E |
| |
|
Kijk maar:
Als A A-1 moet bestaat dan moet het aantal kolommen
van A gelijk zijn aan het aantal rijen van A, en als A-1
A moet bestaan dan moet het aantal kolommen van A-1
gelijk zijn aan het aantal rijen van A.
Dus als A een (p ื q)
matrix is, dan is A-1 een (q
ื p) matrix zijn.
Dan levert A A-1 een (p
ื p) matrix op, en
A-1
A een (q
ื
q) matrix. Als die gelijk moeten zijn, dan moet wel gelden
p = q dus zijn A en A-1 vierkante matrices met
dezelfde afmetingen. |
| |
|
|
|
|
We zijn dus op zoek
naar de inverse van een 3 ื
3 of 4
ื 4 of 5
ื 5 of.... matrix.
Daarvoor is het nogal omslachtig om ook zulke vergelijkingen als
hierboven op te stellen. Het kan handiger met behulp van schoonvegen.
Dat doen we in dit geval door de matrix A samen met E in ้้n nieuwe
matrix (A E) naast elkaar te zetten en dan dit totaal met
schoonvegen te veranderen in (E B) waarbij dat deel
B dan gelijk is aan A-1.
Dat werkt z๓: |
| |
|
|
|
|
| Voorbeeld
3. |
 |
| Hieronder staat in het rood linksboven de gegeven matrix rood met de
eenheidsmatrix ernaast. Daarna volgen een aantal schoonveegstappen, en
dat eindigt rechtsonder met de inverse matrix groen. |
 |
| In het blauw staat
steeds wat er is gebeurd (R1,2,3 geeft het nummer van de rij) |
 |
|
| |
|
Determinant. |
| |
|
|
|
|
De determinant is een
belangrijk getal dat bij een matrix hoort, want er wordt door bepaald of
er wel een inverse is.
Van een 2 ื 2 matrix was de
determinant gelijk aan a11a22
- a12a21 maar van grotere
matrices wordt het al snel erg lastig om de determinant te berekenen.
Een handig hulpje is de methode van Laplace. Die werkt als volgt.
Gebruik het volgende schema van plussen en minnen voor de matrix (hier
voorgedaan voor een 5 ด 5 matrix) |
| |
|
|
|
|
|
 |
| |
|
|
|
|
Kies nu willekeurig
een rij of kolom, en loop alle plaatsen daarvan langs. Schrijf elke keer
het teken op dat er staat met daarachter de determinant van de matrix
die je overhoudt als je de rij en kolom die bij de plaats waar je staat
horen weglaat.
Dat ziet er, als je bijvoorbeeld de eerste kolom kiest, zo uit: |
| |
|
|
|
|
 |
|
enzovoort..... |
| |
|
|
|
|
En zo loop je de hele
eerste kolom langs. Hier staan de eerste twee van vijf nodige stappen.
Dat geeft dus det(A) = a11 (
) - a21 ( ) + a13
( ) - a14 (
) + a15 ( )
Daar in die haakjes staat dan steeds de determinant van een 4
ด 4 matrix. Die kun je met hetzelfde
systeem gaan berekenen, waarbij je 3 ด 3
matrices krijgt, en zo ga je steeds maar door tot je eindelijk bij
gewone getallen (1 ื
1 matrices) uitkomt. |
| |
|
|
|
|
Voorbeeld
van een 3 ด 3 determinant:
(we schrijven voor de determinant van een matrix die matrix
tussen twee rechte strepen, dus det(A) = | A |
) |
 |
| = 2 (4 - - 6)
- 3 ( 1 - 18) + -4 (-2 - 24) = 175 |
|
| |
Betekenissen van de determinant.
Zoals we al zagen bepaalt de determinant op de eerste plaats of een
matrix wel een inverse heeft.
Daarom is de determinant ook erg belangrijk bij het oplossen van
vergelijkingen met matrices.
Met de GR |
| |
|
|
|
|
Je kunt je
voorstellen dat het bij grotere matrices wel erg veel werk wordt om de
determinant en die inverse met de hand uit te rekenen. Gelukkig kan de
GR het ook.
Voer de matrix in via het menu 2ND MATRIX
EDIT
Gebruik vervolgens 2ND MATRIX 1:[A]
en dan x-1
Je moet wel even scrollen om het hele antwoord te zien: |
| |
|
|
|
|
|
 |
| |
|
|
|
|
| En als je alleen maar
de determinant van een matrix wilt weten dan vind je die (na de matrix
te hebben ingevoerd natuurlijk) bij 2ND MATRIX
MATH 1:det( |
| |
|
|
|
|
|
 |
| |
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
ฉ
h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)
|