|
|
|
OPGAVEN |
| |
| Je mag er voor het
gemak van uitgaan dat alle aantallen in de volgende vraagstukken
geen gehele getallen hoeven te zijn (ook al is dat eigenlijk wel
zo). |
| |
|
| 1. |
Een leraar wiskunde controleert elke maandag of
zijn leerlingen hun weektaak van de week ervoor hebben gemaakt.
Iedereen begint in de "Beginnersgroep" maar een leerling die
zijn taak heeft gemaakt komt in de "Gevorderden groep". En
een leerling uit de Gevorderden groep die zijn taak weer afheeft
komt in de "Expertgroep"
Zodra een leerling uit de Gevorderdengroep of Expertgroep een
week zijn taak niet heeft gedaan gaat hij terug naar de
Beginnersgroep.
Na een aantal weken is er een toets en dan krijgen de leerlingen
uit de Gevorderdengroep 1 punt extra, en leerlingen uit de
Expertgroep zelfs 2 punten extra!! |
| |
|
|
|
|
|
| |
a. |
Geef een
verbindingsmatrix van dit systeem. |
| |
|
|
|
|
|
| |
Het blijkt dat van
de Beginnersgroep elke week 60% van de leerlingen weer hun werk
niet heeft gedaan. Van de Gevorderdengroep is dat 20% en van de
Expertgroep slechts 30%. |
| |
|
|
|
|
|
| |
b. |
Teken met deze gegevens
een graaf met gewogen verbindingslijnen. Geef de overgangsmatrix
O. |
| |
|
|
|
|
|
| |
c. |
Bereken O3.
Wat stelt O3 voor? |
| |
|
|
|
|
|
| |
d. |
Wat betekent het als in O2
de som van de getallen in de kolom bij een bepaald knooppunt
groter is dan de som van de getallen in de rij van datzelfde
knooppunt? |
| |
|
|
|
|
|
| |
In het begin heeft de
leraar in zijn 6 klassen in totaal 160 leerlingen die dus
allemaal in de beginnersgroep beginnen.. |
| |
|
|
|
|
|
| |
e. |
Bereken met matrixvermenigvuldiging
hoe de toestand over 8 weken aar zal zijn. De aantallen klanten
hoeven niet geheel te zijn. |
| |
|
|
|
|
|
| 2. |
Een accountantskantoor
heeft als nieuw beleid om het de medewerkers mogelijk te maken
thuis te werken in plaats van op het hoofdkantoor. Elke
week op vrijdag moet elke medewerker aangeven of hij/zij de
volgende week thuis (T) zal werken of op het hoofdkantoor (H)
Na een poosje ontdekt men het volgende patroon: |
| |
l |
70% van de mensen die in
een bepaalde week thuiswerkte gaat de volgende week wéér
thuiswerken. 30% gaat de week erna naar het hoofdkantoor. |
| |
l |
55% van de mensen die in
een bepaalde week op het hoofdkantoor werkte gaat de week erna
wéér op het hoofdkantoor werken. 45% gaat de volgende week thuis
werken. |
| |
|
|
|
|
|
| |
In de eerste week van
maart werkt 68% van de mensen thuis en 32% op het
hoofdkantoor. |
| |
|
|
|
|
|
| |
a. |
Hoe zal dat 8 weken
later zijn? |
| |
|
|
|
|
|
| |
b. |
Hoe zal het aantal
thuiswerkers zich ontwikkelen als dit patroon zo blijft bestaan? |
| |
|
|
|
|
|
| 3. |
Elke jaar weer zijn er
met nieuwjaar een aantal mensen die als goed voornemen hebben om
te stoppen met roken, en dan inderdaad in januari niet roken.
Door de actie "Stoptober" is dat in de maand oktober weer het
geval. Helaas blijkt elke keer dat het jaar daarop (zowel in
januari als in oktober) een aantal van deze "stoppers" toch weer
rookt.
Een onderzoek onder 4700 mensen in de jaren 2024 en
2025 levert de volgende gegevens: |
| |
|
|
|
|
|
| |
 |
| |
|
|
|
|
|
| |
Uit deze figuur worden twee conclusies
getrokken:
Conclusie I: "Het aantal personen dat in 2025 hetzelfde
doet als in 2024, (stoppen of starten met roken) blijkt bij
oktober iets groter te zijn dan bij
januari".
Conclusie II: "In oktober zijn er meer 'rokers' dan 'niet-rokers'
terwijl dat in januari precies andersom is". |
| |
|
|
|
|
|
| |
a. |
Toon de juistheid van beide
conclusies aan met getallen uit de tabellen van de figuur hierboven. |
| |
|
|
|
|
|
| |
In het vervolg van de opgave
beperken we ons tot de tabel over oktober. Uit deze tabel
kunnen we bijvoorbeeld halen dat 3050 personen in 2024 wel
cadeaus geven en 1950 personen niet. Deze en andere gegevens uit
de tabel zijn gebruikt om de tabel van oktober uit de figuur om te werken
tot matrix M: |
| |
|
|
|
|
|
| |
 |
| |
|
|
|
|
|
| |
In deze matrix kun je
bijvoorbeeld aflezen dat 86% van de personen die in 2024 in
oktober wel rookt, dat ook in 2025 doet. |
| |
|
|
|
|
|
| |
b. |
Laat met een berekening
zien hoe men aan het getal 0,14 in de matrix is gekomen. |
| |
|
|
|
|
|
| |
Uit het onderzoek is
bekend hoeveel van de 4700 ondervraagden in 2024 en in 2025 wel of
niet rookten in oktober. Men gaat er van uit dat
matrix M ook de daarop volgende veranderingen van jaar tot jaar
weergeeft. Daarom kan matrix M gebruikt worden om het aantal rokers
in oktober in deze groep in de jaren na 2025 te berekenen. |
| |
|
|
|
|
|
| |
c. |
Bereken met behulp van
matrix M hoeveel van die 4700 personen in 2035 wel
zullen roken. |
| |
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
|
|
|
©
h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl) |