 |
|
©
h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl) |
|
De som van een meetkundige rij. |
| |
|
Bij een rekenkundige rij was het
vrij eenvoudig een formule te maken voor de som. Bij een meetkundige rij
is dat helaas een stukje lastiger. Maar niet onmogelijk natuurlijk.
Oké, handen uit de mouwen dan maar.....Een meetkundige rij ziet er in
het algemeen uit als: b, ab, aab, aaab,
aaaab, ...
Die b is het begingetal (afhankelijk van het verhaaltje u0
of u1), en die a is het "vermenigvuldiggetal"
en heet ook wel de reden van de rij.
De rij kun je natuurlijk wat netter (en korter) schrijven als:
b, ab, a2b, a3b,
a4b, ...
Laten we de som van de eerste n termen van deze rij Sn
noemen, dan geldt dus:
| |
| Sn = b + ab
+ a2b + a3b + a4b
+... + anb |
| |
Die Sn is niet zomaar uit te rekenen, maar er
gebeurt iets leuks als we deze hele som met a vermenigvuldigen.
a • Sn = a • (b + ab + a2b
+ a3b + a4b +... + anb)
= ab + a2b + a3b + a4b
+ a5b + ... + an + 1b
"Nou nou, wat is hier leuk aan? Het wordt er alleen maar
moeilijker van" hoor ik je al denken.
Maar kijk wat er gebeurt als we die Sn en a • Sn
onder elkaar schrijven: |
| |
|
| aSn |
= ab + a2b
+ a3b + a4b + ... + anb + an+1b |
| Sn |
= b + ab + a2b + a3b
+ a4b + ... + anb |
| |
|
|
|
Daar staat bijna hetzelfde!
Als je de onderste rij nu van de bovenste rij aftrekt, valt bijna alles
weg, alleen die laatste term van de bovenste rij en die eerste term van
de onderste rij blijven over: |
| |
|
| aSn
- Sn
= an + 1 b - b ⇒ Sn • (a
- 1) = an + 1b
- b |
 |
| |
|
En daar is onze formule voor de
som van een meetkundige rij al! b was het eerste getal van de
rij, en b • an+1 is het
volgende getal van de rij (de eerste term die niet bij de som
wordt genomen). Verder was a de reden van de rij.
Daarmee wordt onze formule in woorden: |
| |
|
| |
|
| |
|
| De reden (J)
dat je deze formule beter met woorden dan met variabelen kunt onthouden,
is dat het op deze manier niet uitmaakt of je de eerste u0
of u1 noemt. Dat deden we bij een
rekenkundige rij ook al, weet je nog? |
| |
|
|
Oneindige Sommen |
| |
|
| Het aparte aan zulke meetkundige
rijen is, dat ook uit de som van een oneindig aantal termen soms toch
een "gewoon"getal komt. Als namelijk de reden kleiner dan 1 is, dan
worden de termen steeds kleiner, en dan zal bij oneindig veel termen de
"volgende" term naar nul gaan. |
| |
|
|
|
|
Voorbeeld.
Dit is een hele beroemde meetkundige rij: 1 + 1/2
+ 1/4 + 1/8 + .....
In het plaatje hiernaast zie je al dat hier 2 uitkomt! Leuk hè? Oneindig
veel getallen die samen toch gewoon 2 opleveren.
Ook met onze somformule kun je dat zien: eerste = 1, reden = 0,5
en volgende = 0
Dat geeft S∞ =
(0 - 1)/(0,5 - 1) = 2
|
 |
| |
|
|
| |
|
|
|
|
| |
|
|
|
OPGAVEN |
| |
|
|
|
|
| 1. |
Bereken de volgende sommen: |
| |
|
|
|
| |
a. |
2 + 8 + 32 + 128 + 512 + ... +
2097152 |
| |
|
|
|
| |
b. |
256 + 384 + 576 + 864 + ... + 6561 |
| |
|
|
|
| |
c. |
10000 + 8000 + 6400 + 5120 + ... + 2097,152 |
|
| |
|
|
|
| 2. |
Hiernaast zie je de "boom
van Pythagoras" die bestaat uit gekleurde vierkanten.
Het onderste vierkant heeft zijden van 6 cm.
Door op een vierkant steeds gelijkzijdige rechthoekige
driehoeken te tekenen ontstaan uit elk vierkant twee nieuwe
vierkanten. Elke volgende serie vierkanten is in de figuur
hiernaast steeds lichter gekleurd. |
 |
| |
|
|
| |
a. |
De zijden van de opeenvolgende
vierkanten vormen een meetkundige rij.
Bereken de reden r. |
| |
|
|
| |
b. |
Bereken de hoogte van de onderste 10 kubussen
samen. Geef je antwoord in twee decimalen nauwkeurig |
| |
|
|
| |
Hoe lang je ook door zou gaan met
tekenen, de verticale afstand van de bodem van de boom tot het
hoogste punt ervan nadert naar een grenswaarde G. |
| |
|
|
| |
c. |
Bereken deze G. |
| |
|
|
|
| |
d. |
Bereken ook de grenswaarde voor de omtrek van alle
getekende vierkanten samen.
Rond je antwoord af op twee decimalen. |
| |
|
|
|
| 3. |
Een heimachine slaat een betonnen paal de grond in. Bij de eerste klap
gaat de paal 180 cm de grond in. Bij elke volgende klap gaat de paal 20% minder
de grond in dan bij de vorige.
Hoe ver kan de heimachine een paal maximaal de grond in slaan? |
| |
|
|
|
| 4. |
In een
vijver zit een groot aantal karpers; maar liefst 12000.
Een groepje sportvissers gaat elke zaterdag karpers vangen. De
eerste zaterdag vangen ze maar liefst 120 karpers, maar de
volgende zaterdagen wordt dat steeds minder (want het aantal
karpers wordt minder door al dat gevis).
Het blijkt dat elke zaterdag nog maar 90% van de vorige zaterdag
wordt gevangen.
Neem voor het gemak in deze opgave aan dat het aantal karpers
niet geheel hoeft te zijn, en dat er geen karpers bijkomen of op
een andere manier doodgaan. |
| |
|
|
|
| |
a. |
Op welke
dag vangt de groep vrienden voor het eerst minder dan 50
karpers? |
| |
|
|
|
| |
b. |
Hoeveel
karpers worden in totaal in de eerste tien weken gevangen? |
| |
|
|
|
| |
c. |
Na hoeveel
dagen zijn er minder dan 10000 karpers over? |
| |
|
|
|
| |
d. |
Hoeveel
karpers zullen er uiteindelijk in de vijver overblijven? |
| |
|
|
|
 |
|
| |
|
|
|
|
|
©
h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl) |