|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| De verbindingsmatrix (V) van een
graaf is een matrix met daarin enen en nullen die aangeven welke punten
van de graaf met elkaar verbonden zijn (1 = verbonden, 0 =
niet-verbonden). Als een graaf k knooppunten heeft, dan is de verbindingsmatrix dus altijd een k × k matrix (VAN elk knooppunt NAAR elk knooppunt). Zo'n matrix noemen we een vierkante matrix, maar dat had je zelf waarschijnlijk ook nog wel verzonnen. Hieronder zie je een graaf met rechts de bijbehorende verbindingsmatrix. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| Misschien zijn een paar dingen je al opgevallen: | |||||||||||||||||||||||||||||||||
|
• |
Er staat voor de matrix : "naar" en boven de matrix "van", maar dat maakt natuurlijk niet uit; als er een verbinding van A naar B is, is er ook eentje van B naar A. Deze matrix V is symmetrisch in de diagonaal. Omdat we zo meteen ook grafen met éénrichtingsverbindingen gaan bekijken (waar "VAN" en "NAAR" wél van belang zijn), staan ze er nu ook alvast. | ||||||||||||||||||||||||||||||||
|
• |
De verbindingsmatrix V geeft alleen maar aan óf de knooppunten verbonden zijn. Bij gewogen verbindingslijnen zijn de wegingen niet terug te vinden in V. Als je dat wél wilt kun je in plaats van een 1 natuurlijk het gewichtsgetal in de matrix zetten. In dat geval noemen we het niet meer de verbindingsmatrix (V), maar de wegenmatrix (W). In zo'n wegenmatrix kunnen ook éénrichtingsverbindingen zijn weergegeven. De matrix is dan niet meer symmetrisch. Zet in dat geval altijd "van" voor de matrix en "naar" er boven. Als de gewichten echte afstanden zijn dan wordt zo'n wegenmatrix W ook wel een afstandenmatrix (A) genoemd. | ||||||||||||||||||||||||||||||||
| Meerstapsverbindingen. | |||||||||||||||||||||||||||||||||
| Omdat zo'n
verbindingsmatrix vierkant is, kun je hem altijd met zichzelf
vermenigvuldigen. Net als bij getallen noteren we V • V als V2. In bovenstaand voorbeeld geeft dat: |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| De vraag is
natuurlijk: "Wat stelt deze V2 nou vóór?" "Wat
moeten we ermee?" "Waarom is dit interessant?" Laten we daarom proberen te achterhalen waar een getal van V2 vandaan komt. Neem als voorbeeld die 2 in de derde rij en de tweede kolom: |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| Die 2 ontstond door
de derde rij van V te vermenigvuldigen met de tweede kolom (groen
met paars). Zoals je ziet is dat
1 • 1 + 0 • 0 + 0 • 0 + 0 • 0 + 1 • 1. En dat wordt 2 omdat er twee keer
1 • 1 in voorkomt. Die eerste 1 • 1 komt van: (verbinding van C naar A) • (verbinding van A naar B) Die tweede 1 • 1 komt van: (verbinding van C naar E) • (verbinding van E naar B) Daar staan dus precies de twee routes C → A → B en C → E → B aangegeven: dat zijn alle routes om in twee stappen van C naar B te komen! We noemen dat het aantal tweestapsverbindingen van C naar B. Zo zie je in V2 ook bijvoorbeeld dat er 3 manieren zijn om van A in A te komen. In de graaf zie je ook direct dat het gaat om de routes A → B → A en A → C → A en A → E → A. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| En ook als je een
wegenmatrix W met gewogen verbindingen gebruikt geldt nog steeds dat W2
het aantal tweestapsverbindingen geeft, tenminste als in W het
aantal routes staat aangegeven (niet als er iets anders als
"kilometers" of zo staat). Op dezelfde manier (als je het niet gelooft, dan ga je het zelf maar na) stelt V3 het aantal driestapsverbindingen voor, en V4 het aantal vierstapsverbindigen, enz. In het algemeen: |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| Dus wil je
bijvoorbeeld weten op hoeveel manieren je in bovenstaande graaf in 5
stappen van B in E kunt komen, dan bereken je gewoon eventjes V5
. Nou ja....eventjes...... Dat is nogal een werk. Daarom wordt het nu hoog tijd onze GR in te schakelen voor dit "vieze werk". |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| Matrices in de GR | |||||||||||||||||||||||||||||||||
| Je kunt
matrixberekeningen met je TI uitvoeren. Als voorbeeld zal ik V5
van bovenstaand voorbeeld gaan berekenen. Dat gaat op de volgende
manier. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| Druk eerst op 2nd MATRIX en kies 1: [A] en EDIT en dan ENTER |
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
| Dan kun je boven in
het scherm de afmetingen (rij × kolom) van de
matrix invoeren. In dit geval 5 × 5. Vervolgens kun je de hele matrix invoeren. Door steeds een element in te voeren en dan op ENTER te drukken loopt je rekenmachine de matrix rij voor rij langs. |
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
| Al je klaar bent druk
je op 2nd QUIT V is nu ingevoerd als matrix A in je rekenmachine. V5 bereken je nu als volgt: 2nd MATRIX 1:[A] 5 × 5 ENTER [A]^5 |
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
| Door naar rechts te
scrollen krijg je alle elementen van V5 in beeld. De conclusie is: |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| Daarin zie je dat er 38 manieren zijn om in vijf stappen van B naar E te gaan (tweede kolom, vijfde rij). | |||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| 3 | Een klein jongetje
probeert zijn gebruik van LEGO-blokjes wat wiskundig op orde te
brengen. Hij onderscheid voor het bouwen van allerlei dingen
grote blokjes en kleine blokjes en dakblokjes. Voor het bouwen van een toren zijn 60 kleine blokjes en 20 grote blokjes en 15 dakblokjes nodig. Voor het bouwen van een muur zijn 15 kleine blokjes en 48 grote blokjes nodig. Voor het bouwen van een kasteel zijn 4 muren, 3 torens en nog 10 dakblokjes nodig. |
||
| a. | Zet deze gegevens in een 6 × 6 matrix W (zet bij de kolommen "voor het maken van"" en bij de rijen "is nodig") | ||
| b. | Bereken W2 en leg uit wat de getallen in de laatste rij van deze matrix voorstellen. | ||
| 4 | Zes teams hebben een halve competitie van een volleybaltoernooi gespeeld, en de resultaten daarvan staan in de matrix hiernaast. |
![]() |
|
| a. | Leg uit hoe je kunt zien dat alle wedstrijden gespeeld zijn. | ||
| b. | Leg uit waarom er niet direct een winnaar kan worden aangewezen. | ||
| c. | Men besluit daarom tweestaps-overwinningen ook een half punt te geven. Bereken met behulp van de tweestapsverbindingen wie de winnaar van dit toernooit wordt. | ||
|
© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl) |
||||