Toon aan dat de lijn y
= b bij de functie f(z) = z2verandert in x = y2/4b2
- b2
Teken in het complexe vlak de rechthoek met
hoekpunten 2 + i, 2 + 4i, 8 + i
en 8 + 4i.
Op deze rechthoek wordt de functie f(z) = z2toegepast.
Bereken de coördinaten van de vier hoekpunten van het beeld van
deze rechthoek, en schets de beeldfiguur.
Teken in het complexe vlak de punten z =
r • (cosφ + i • sinφ)
waarvoor geldt r ≤
2 en -1/8π
≤ φ ≤ 1/8π
a.
Teken het beeld van deze figuur bij
de functie f(z) = z2.
b.
Teken het beeld van deze figuur bij
de functie f(z) = z3.
c.
Bij welke functie f(z)
= zn wordt de beeldfiguur precies een cirkel?
a.
We kiezen de
verzameling van punten
z die op de parabool y = x2
liggen met -2 ≤ x
≤ 2.
Op die punten passen we de functie f(z) =z2 toe. Schets m.b.v. je GR wat dat voor beeldfiguur oplevert.
b.
Op de punten van de
lijn y = 1 wordt de functie f(z) = z3
toegepast.
Schets m.b.v. je GR wat dat voor beeldfiguur oplevert.