© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)

Meer opgaven  
       
Toon aan dat de lijn y = b bij de functie f(z) = z2  verandert in  x = y2/4b2 - b2
       
Teken in het complexe vlak de rechthoek met hoekpunten  2 + i,  2 + 4i, 8 + i en  8 + 4i.
Op deze rechthoek wordt de functie f(z) = z2 toegepast.
Bereken de coördinaten van de vier hoekpunten van het beeld van deze rechthoek, en schets de beeldfiguur.
       
Teken in het complexe vlak de punten z = r • (cosφ + i • sinφ) waarvoor geldt  r ≤ 2  en  -1/8π φ    1/8π
       
  a. Teken het beeld van deze figuur bij de functie f(z) = z2.
       
  b. Teken het beeld van deze figuur bij de functie f(z) = z3.
       
  c. Bij welke functie f(z) = zn wordt de beeldfiguur precies een cirkel?
       
a. We kiezen de verzameling van punten z die op de parabool y = x2 liggen met -2 ≤ x 2.
Op die punten passen we de functie  f(z) = z2 toe.
Schets m.b.v. je GR wat dat voor beeldfiguur oplevert.
       
  b. Op de punten van de lijn y = 1 wordt de functie  f(z) = z3 toegepast.
Schets m.b.v. je GR wat dat voor beeldfiguur oplevert.
       
MEER OPGAVEN
       
     

© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)