| 6. | De rechte lijn die in het reële vlak de lijn
y = ax is, kun je in het complexe vlak voorstellen
door de getallen z = x + iax |
||||
| a. | Leg uit waarom dat zo is. | ||||
| Als je op zo'n lijn de functie f(z) = (p + iq) • z toepast dan krijg je een beeldlijn met hellinggetal (pa + q)/(p - aq) | |||||
| b. | Toon algebraďsch aan dat dat zo is. | ||||
| c. | Stel dat je door f(z)
= (p + iq) • z de lijn y
= 2x wilt laten overgaan in de lijn y = 5x Dan kan dat, als je het getal p + iq maar kiest op de lijn y = 3/11x Toon aan dat dat zo is. |
||||
| 7. | Door een
lineaire complexe functie wordt driehoek A in de figuur
hiernaast afgebeeld op driehoek B. Geef het functievoorschrift. |
|
|||
|
|
|||
|
© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl) |
|||