Teken in het complexe vlak de
verzameling van alle getallen z waarvoor geldt:
a.
Re(z) = -5
c.
Im(z) < 3
e.
(Re(z))2 + (Im(z))2 =
16
b.
Re(z) = Im(z)
d.
-2 < Re(z) < 4
f.
Re(z) < 2 • Im(z)
Teken in het complexe vlak de getallen
z1 en z2, en vervolgens ook
de getallen
z3 = z1 + z2
en z4 = z1
- z2en z5 = 3 • z1
a.
z1 = 2
- 4i
en z2 = 4 + 3i
b.
z1 = -1
- i
en z2 = 5i
c.
z1 = -4 + 3i
en z2 = 3
Teken in het complexe
vlak de volgende optellingen:
a.
(4 - 3i) + (5 + 3i)
b.
-2i + (-3 - i)
c.
4 + (2 - 3i) + (i + 5)
z1 is
het punt 3 + i z2ligt op de lijn waarvoor geldt
Re(z) = Im(z) - 4 z3 is een punt zodat geldt z2
+ z3 = z1
Teken een aantal mogelijke waarden voor z2en
z3.
MEER OPGAVEN
5.
Onderzoek met een aantal
getallen en bijbehorende tekeningen hoe aftrekken in het
complexe vlak in zijn werk gaat.
a.
Teken daarna in de
figuur hiernaast het getal
z1
- z2.
b.
Teken:
(-3 - 4i)
- (1 - 3i)
+ (6 - 4i)
6.
Waar in het complexe vlak denk je dat
√i
zal liggen? Kun je √i
schrijven als a + bi ?