Teken in het complexe vlak het beeld van de
volgende getallenverzamelingen bij de functie f(z)
= ez
a.
Een rechthoek met hoekpunten -1 + 2i
, 4 + 2i, 4 + 6i en -1 + 6i
b.
De punten waarvoor geldt Re(z)
< 2
c.
De punten waarvoor geldt 0 <
Im(z) < 1
Teken in het complexe vlak het beeld
van de volgende getallenverzamelingen bij de functie f(z)
= ln(z)
a.
De punten waarvoor geldt
1/4π
<
φ < 3/4π
b.
De lijn y = 2x
De rechte lijn y =
ax wordt onder de functie f(z) =
ln(z) in het complexe vlak afgebeeld op een horizontale
lijn, meerdere eigenlijk.
a.
Wat zijn de vergelijkingen in reële
coördinaten van die horizontale lijnen?
b.
Welke lijn komt er terecht op de
lijn y = 41/4π?
In deze opgave bekijken we het
beeld van de punten Im(z) = 2 onder
de functie f(z) = ln(z)
We bekijken daarbij van het beeld alleen de strook waarvoor
geldt 0 ≤ Im(z)
≤ 2π
a.
Leg uit waarom het beeld van deze
punten nooit links van de y-as kan terechtkomen.
b.
Leg uit waarom de beelden van de
punten helemaal rechts (voor Rez wordt oneindig) naar de
x-as toe zullen gaan.
c.
Leg uit waarom het de
beelden van de punten helemaal links (voor Rez wordt negatief
oneindig) naar de
lijn y =
π toe zullen gaan.
d.
Waar ligt het beeld van het getal
z = 2i ?
e.
Probeer met de informatie uit de
vorige vraagstukken het beeld van Im(z) = 2 te schetsen.
MEER OPGAVEN
5.
Wat gebeurt er eigenlijk met een
cirkel bij de functie f(z) = ez?
Als je de getallen op een cirkel
schrijft als r(cosφ +
i sinφ), dan kun je hun beeld
onder de functie f(z) = ezookuitschrijven. Dan kun je het reële deel en het imaginaire
deel daarvan opvatten als een x(t) en y(t)
in een parametervoorstelling met
φ
= t.
Het plotten van de beelden van cirkels met straal
1/2,
1 en 2 geeft de plaatjes hieronder (blauw is r = 2)