| 6. | Een directe formule voor de rij met recursievergelijking un = a • un - 1 + b en beginterm u0 is: | ||
|
|
|||
| Leid deze directe formule af | |||
| 7. | Twee dikke vriendinnen,
Chrissie en Lotte, zijn letterlijk dikke vriendinnen. Ze
besluiten een dieet te gaan volgen om af te vallen. Op werkdagen
eten zij zo weinig dat ze in een week 2% van hun gewicht
verliezen. Maar in het weekend mogen ze als beloning dan "vrij"
eten Dat betekent chips en taart en Macdonalds en dat
betekent ook dat ze dan weer 3 kilo aankomen. Als ze op maandagochtend beginnen weegt Chrissie 120 kg en Lotte 130 kg. |
||
| a. | Stel een recursievergelijking op voor het gewicht van de dames, en leg uit waarom dit "dieet" niet zal werken. | ||
| b. | Bereken met een directe formule hoeveel Lotte met dit dieet na 8 weken zal wegen. | ||
| Om echt af te vallen zullen de dames
iets anders moeten proberen. Lotte besluit tijdens de werkdagen nóg strenger te vasten zodat ze maar liefst 3% gewicht zal verliezen. In de weekeinden blijft ze gewoon 3 kilo aankomen. Chrissie besluit tijdens de werkdagen de situatie gelijk te houden, maar in de weekeinden iets minder te eten zodat ze dan maar 2 kilo aankomt. Als ze met dit nieuwe plan beginnen weegt Lotte 134 kg en Chrissie 126 kg. |
|||
| c. | Na hoeveel weken van het "oude" dieet is dat? | ||
| d. | Stel directe formules op voor het
gewichten van de dames in de nieuwe situatie. Bereken daarmee na hoeveel weken Lotte nog maar 3 kg zwaarder is dan Chrissie |
||
| Omdat hun gewichtsverschil steeds kleiner wordt denkt Lotte dat haar dieet effectiever is dan dat van Chrissie | |||
| e. | Leg uit dat dat op de lange duur niet zo zal zijn. | ||
| 8. | Een bomenkweker heeft nu een
voorraad van 4000 bomen. Elk jaar verkoopt hij 20% van zijn bomen, en daarna plant hij 300 nieuwe bomen. Het volgende jaar (t = 1) zal hij dus 3500 bomen hebben. Neem aan dat het aantal bomen in zijn kwekerij geen geheel getal hoeft te zijn. |
||
| a. | Geef een recursievergelijking voor het aantal bomen bn | ||
| b. | Geef een directe formule voor bn en bereken wanneer er voor het eerst minder dan 1700 bomen zal hebben | ||
| c. | Hoeveel bomen zal de kweker onder deze omstandigheden uiteindelijk hebben? | ||
| d. | Hoeveel bomen (in plaats van 300) moet de kweker elk jaar bijplanten om uiteindelijk een bestand van 2000 bomen te hebben? | ||
| 9. | Bij een patiënt wordt
een ader in zijn been afgesloten door een bloedprop. Om
mogelijke fatale gevolgen tegen te gaan wordt een
bloedverdunner, bijvoorbeeld Heparine, toegediend. Voor de
patiënt geldt dat elke 6 uur na een injectie de helft van de
Heparine weer uit het bloed verdwijnt is. Verder moet er
minstens 2000 IE Heparine in het bloed aanwezig blijven
(IE = Internationale Eenheid) We nemen aan dat de hoeveelheid Heparine in het bloed exponentieel afneemt. H(t) is de hoeveelheid Heparine in het bloed, t uur na het toedienen van de eerste injectie. De eerste injectie bevatte 5000 IE Heparine, dus H(0) = 5000. |
||
| a. | Toon aan dat de hoeveelheid Heparine in het bloed elk uur met 11% afneemt. | ||
| b. | Bereken na hoeveel tijd een tweede injectie van 5000 IE Heparine moet worden gegeven. | ||
| Om te grote fluctuaties in de medicijnspiegel tegen te gaan wordt besloten om de patiënt elk heel uur een vervolginjectie van 300 IE Heparine te geven. | |||
| c. | Geef de recursievergelijking die bij dit proces hoort, en schets een stukje van de bijbehorende webgrafiek. | ||
| d. | Men wil de hoeveelheid van 300 IE omlaag brengen. Bereken de minimale hoeveelheid die nog gebruikt kan worden. | ||
| 10. |
Gegeven is de recursieformule un =
0,9 •
un
-
1
+ p • un
-
12
+ 40
Neem eerst p = -0,04 |
||
| a. | Bereken u50 als u0 = 4 | ||
| b. | Teken hieronder een webgrafiek voor u0 tm u3 als u0 = 20. Teken in de figuur ernaast ook een tijdgrafiek | ||
![]() |
|||
| Neem nu p = 0 | |||
| c. | Geef een directe formule voor un als u0 = 50 | ||
| 11. | Een rij wordt gegeven door de recursievergelijking un = √(3un - 1) met u1 = 1 | ||
| a. | Schrijf een aantal termen op en probeer daar een regelmaat in te vinden door ze als macht van 3 te gaan schrijven. | ||
| b. | Toon aan dat un voor elke n kleiner dan 3 is. | ||
| 12. | Een bende piraten
heeft een enorme zak met 120000 munten buitgemaakt. Ze zitten in een kring rond het kampvuur en verdelen hun buit. Ze geven de zak door, en iedereen haalt eerst 20% van de munten uit de zak, en stopt er daarna weer 1000 munten bij. Neem voor het gemak aan dat het aantal munten niet geheel hoeft te zijn. |
||
| a. | Geef een recursievergelijking. Hoeveel munten zullen er uiteindelijk in de zak zitten? | ||
| b. | Geef een directe vergelijking, en bereken daarmee bij welke piraat er voor het eerst minder dan 10000 munten in de zak zitten. | ||
|
|
|||
|
© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl) |
|||