© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)

Meer opgaven
       
Hieronder staan vier klokvormen getekend.  
       
 

       
  a. Bepaal zo goed mogelijk van elk van die klokvormen m en s.
       
  b. Maak een schatting voor de schaalverdeling van de y-as.
       
De normale verdelingen die hieronder zijn getekend horen allemaal
bij μ = 38 en σ = 7
Geef van elk van de gekleurde gebieden de oppervlakte.
       

       
Teken bij elk van de volgende gevallen een klokvorm en gebruik die om de vraag te beantwoorden.
       
  a. Het gewicht van zakken potgrond is normaal verdeeld met een gemiddelde van 20 kg en een standaardafwijking van 0,8 kg. Hoeveel procent van de zakken zal een gewicht tussen de 18,4 en 20,8 kg hebben?
       
  b. De lengte van de brugklassers dit jaar is normaal verdeeld met een gemiddelde van 165 cm en een standaardafwijking van 16 cm. Het blijkt dat 39% van hen korter is dan 160 cm. Hoeveel procent zal dan tussen de 170 en 181 cm lang zijn?
       
  c. Een bioloog meet de vliegsnelheid van een groot aantal zwaluwen en vindt een gemiddelde van 60 km/uur met een standaardafwijking van 8 km/uur. Het blijkt dat bij 21% van de metingen de snelheid tussen 65 km/uur en 76 km/uur lag. Bij hoeveel procent van de metingen zal de snelheid dan kleiner dan 55 km/uur zijn geweest?
       
In welk van de volgende gevallen zal er, denk je, (ongeveer) sprake zijn van een normale verdeling? Als dat niet het geval is, leg dan uit waarom volgens jou niet.
       
  a. Het jaarinkomen van de Nederlanders.
  b. De herseninhoud van volwassen mannen in Groningen.
  c. De levensduur van 1,5 Volt AA batterijen van Duracel.
  d. De tijd die je moet wachten op een tramhalte als die tram precies één keer per half uur komt, en je weet niet wanneer.
       
Examenvraagstuk HAVO wiskunde A, 2007.

Men heeft een onderzoek gedaan onder studenten. Daarbij is gekeken naar de tijd die mannelijke en vrouwelijke studenten thuis aan hun studie besteden. Het onderzoek wijst uit dat vrouwen per week meer tijd aan ‘huiswerk’ besteden dan mannen. De spreiding in huiswerktijd bij de mannen is kleiner dan bij de vrouwen. Bij beide is hier bij benadering ook weer sprake van een normale verdeling.
Vier leerlingen kregen de opdracht om in één figuur van zowel de mannelijke als
de vrouwelijke studenten een verdeling van de tijd aan te geven die de studenten thuis aan hun studie besteden. Het resultaat van deze opdracht staat in onderstaande figuur.

       
 

       
  Eén van de bovenstaande figuren past het best bij de gegevens over de studenten.
Welke figuur is dat? Licht je antwoord toe.
       
MEER OPGAVEN
       
6. Klokvormen die hoger zijn, zijn ook altijd smaller. Leg uit waarom dat logisch is.
       
7. Het IQ van alle Nederlanders is normaal verdeeld met een gemiddelde van 100.
Leg uit waarom het IQ van de VWO-leerlingen in Nederland dan NIET normaal verdeeld zal zijn.
       
     

© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)