© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)

Meer opgaven  
       
De donorinstantie Sanguin meet van alle donoren een aantal eigenschappen waaronder het ijzergehalte (in mmol/liter) en de bloeddruk (in mm Hg) en de hartslag (in slagen per minuut)
Hieronder staan de gegevens van 14 donoren.
       
 
donor nr. bloeddruk
(bovendruk)
hartslag ijzergehalte
(in mmol/liter)
1 100 125 6
2 141 86 43
3 92 97 20
4 143 118 14
5 162 121 15
6 120 107 19
7 102 81 40
8 103 100 27
9 150 115 8
10 163 116 23
11 138 107 25
12 132 97 32
13 162 99 38
14 150 95 40
       
  a. Maak hiervan twee puntenwolken, eentje met op de x-as het ijzergehalte en op de y-as de bloeddruk, en een tweede met op de x-as het ijzergehalte en op de y-as de hartslag.
Probeer uit deze puntenwolken te halen welke twee variabelen de grootste correlatie vertonen.
       
  b. Kijk of je antwoord op vraag a) klopt door van beide puntenwolken de correlatiecoëfficiënt r  met je GR te berekenen.
       
Denk je dat er in de volgende gevallen sprake is van sterke/zwakke en positieve/negatieve correlatie?
       
  a. De waarde van een auto en zijn ouderdom.
  b. Aantal ooievaars en aantal geboorten in een gebied.
  c. Aantal MacDonalds-vestigingen en Bruto Nationaal Inkomen in een land.
  d. Het aantal pasgeboren poesjes in een nest en hun gemiddelde gewicht.
  e. Leeftijd en bloeddruk.  
  f. Gezichtsvermogen en schoenmaat.
  g. Het bouwjaar en het benzineverbruik van een auto.
  h. Aantal inbraken en aantal verkeerslichten in de steden van Nederland dit afgelopen jaar.
       
Hieronder staat een tabel voor de hoeveelheid vet, vezels en calorieën voor 100 gram van een aantal voedingsmiddelen  (bron:  calorielijst.nl).
       
 
voedsel vet koolhydraten caloriëen
yoghurt 4,9 17,9 127
dieetmargarine (Aldi) 60 0,2 541
gekookte aardappelen 0,1 17,0 78
leverworst 20,4 5,2 264
honingmosterd (HEMA) 10,3 15,6 182
kaas 45+ 31,0 2,0 400
kipnuggets (AH) 14,0 16,0 240
M&M met pinda's 27,1 57,3 514
falafel 12,5 27,0 263
Fanta medium (McDonalds) 0,0 48,0 190
haaskarbonade 6,7 0,0 150
       
  a. Maak hiervan twee puntenwolken, eentje met op de x-as de koolhydraten en op de y-as de calorieën, en een tweede met op de x-as het vet en op de y-as de calorieën.
Welke twee variabelen vertonen de grootste correlatie?
       
  b. Kijk of je antwoord op vraag a) klopt door van beide puntenwolken de correlatiecoëfficiënt r  met je GR te berekenen.
       
De volgende tabel geeft voor 12 dagen  (steeds de eerste maandag van de maand) de daglengte (D in uren) op die dag en het aantal verkeersongelukken (n) op die dag in Nederland.
       
 
datum 2 jan 6 feb 6 mrt 3 apr 1 mei 5 jun 3 jul 7 aug 4 sep 2 okt 6 nov 4 dec
daglengte D 7,8 9,4 11,2 13,1 14,9 16,5 16,6 15,2 14,4 11,6 9,3 8,0
verkeersongelukken n 1346 1222 1208 1145 1056 1041 998 1089 1277 1298 1423 1332
       
  a. Bereken de correlatiecoëfficiënt van deze gegevens.
       
  b. Geef een mogelijke verklaring voor je resultaat.
       
MEER OPGAVEN
       
5. In de volgende tabel staat voor een echtparen de lengte van de man en de lengte van de vrouw (in cm).
       
 
koppel nr. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
man 196 208 174 163 186 171 172 160 201 184 168 182
vrouw 170 186 175 152 175 166 153 158 179 165 161 170
       
  a. Teken een puntenwolk die bij deze gegevens past.  
       
  We gaan nu aan partnerruil doen......
       
  b. Schrijf  de lengtes van de vrouwen op losse briefjes. Vouw die op en gooi ze in een hoge hoed of op een andere willekeurige stapel. Trek de briefjes één voor één en koppel ze op die manier aan de mannen (briefje 1 bij man 1, enz.).
(je kunt de gegevens ook opnieuw koppelen door met twee dobbelstenen te gooien).
Teken opnieuw een puntenwolk.
       
  c. Welke verschillen zie je in de puntenwolken van vraag a) en vraag b)?
Wat zegt dat over de lengte van een man en de lengte van zijn echtgenote?
       
     

© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)