|
©
h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl) |
|
|
 |
|
De uitslag van een afgeknotte kegel. |
| |
|
Voordat we de uitslag
van een afgeknotte kegel bekijken is het waarschijnlijk wel slim om
eerst de uitslag van een gewone kegel te bekijken.
En die uitslag is erg simpel: |
| |
|
|
|
De uitslag van een kegel is een deel van een cirkel. |
|
| |
|
|
| Dat betekent dat zo'n uitslag er
ongeveer zó uitziet (als een soort PACMAN-figuurtje): |
| |
|
|
|
 |
| |
|
|
Daarbij blijven nog twee vragen
onbeantwoord:
vraag 1: Hoe groot is de straal (r) van de cirkel?
vraag 2: Hoe groot is de hoek (a) die
eruit is gesneden?
Beide vragen worden in één keer beantwoord als je de oorspronkelijke
kegel bekijkt: |
| |
|
|
|
 |
| |
|
|
Die rode lijnen zijn even lang en
die blauwen ook.
Bij de oorspronkelijke kegel kun je de lengte van die rode zijkant
makkelijk met Pythagoras berekenen (als je de afmetingen kent).
En de lengte van die blauwe lijn is gewoon de omtrek van de grondcirkel.
Door die omtrek met de omtrek van de hele cirkel uit de uitslag te
vergelijken kun je berekenen hoeveelste deel van de cirkel in de uitslag
is getekend. |
| |
|
|
Voorbeeld.
Teken een uitslag van de kegel hiernaast.
Uitwerking:
De schuine zijde in het vooraanzicht heeft lengte
Ö(32 + 62) = Ö45
De grondcirkel heeft
omtrek 2p
· 3 = 6p
De hele cirkel van de uitslagfiguur heeft straal
2p
· Ö45
De getekende uitslag is
daar dus 6p/2pÖ45
= 0,4472ste
deel van
De hoek is dan 0,4472 · 360 = 161°
Dat geeft de volgende uitslag: |
 |
| |
|
|
 |
|
| |
|
|
|
Afgeknotte kegel.
Een afgeknotte kegel bestaat uit een hele kegel waar een topkegel van af
is gehaald.
Nou, dan haal je gewoon van de uitslag van die hele kegel ook de uitslag
van die topkegel weg!!!!
Laten we als voorbeeld de vorige kegel afsnijden op afstand 4 vanaf het
grondvlak: |
| |
|
|
|
Voorbeeld
Teken een uitslag van de mantel van de afgeknotte kegel
hiernaast.
Uitwerking:
Op dezelfde manier als hierboven ontdek je dat de uitslag
van de hele kegel bestaat uit een cirkeldeel van 161°
van een cirkel met straal Ö45.
Nu is 1/3 deel van die hoogte
van 6 er afgehaald, dus er blijft 2/3
deel van over.
De middelpuntshoek blijft natuurlijk gewoon 161°
Dat geeft de volgende uitslag: |
 |
| |
|
|
 |
|
| |
|
|
|
Soms moet je eerst
nog wat werk verrichten om de afmetingen van de oorspronkelijke kegel te
achterhalen.
Dat gaat dan meestal met gelijkvormige driehoeken, zoals in het volgende
voorbeeld. |
| |
|
|
|
Voorbeeld.
Bereken de afmetingen van de oorspronkelijke kegel waarvan
links hieronder een afgeknotte versie staat getekend.
Grondvlak heeft diameter 12, bovenvlak heeft diameter 7, de
hoogte is 4. |
|
 |
| |
|
Rechts zie je de oorspronkelijke
niet-afgeknotte versie.
Daarin zijn twee gelijkvormige driehoeken getekend.
Gelijkvormigheid daarvan geeft: (x + 4)/6
= x/3,5
Daaruit volgt x = 5,6
De oorspronkelijke hoogte is dus 9,6.
In de uitslag van de kegelmantel wordt de straal van de
cirkel dan
Ö(62
+ 5,62) = Ö67,36 » 8,2
De omtrek van de grondcirkel van de afgeknotte kegel is 24p,
en die van de hele
cirkel in de uitslag 16,4p
De hoek van het
cirkeldeel van de uitslag is dan
16/24
· 360 = 246° |
| |
|
|
| |
|
|
|
| |
|
|
|
| |
|
|
|
OPGAVEN |
| |
|
|
|
| 1. |
Teken een uitslag van
de volgende afgeknotte kegel: |
| |
|
|
|
| |
 |
| |
|
|
|
| 2. |
Hieronder staat de
uitslag van een afgeknotte kegel. |
| |
|
|
|
| |
 |
| |
|
|
|
| |
Bereken de hoogte van
deze afgeknotte kegel |
| |
|
|
| 3. |
Op het oppervlak van
een afgeknotte kegel (met de gegeven afmetingen zoals in de figuur
hieronder) wordt een lijn getrokken van punt P naar punt Q
Daarbij ligt punt P in het vooraanzicht helemaal links, en punt Q
helemaal rechts.
Wat is de minimale lengte van de getekende kromme PQ? |
| |
|
|
|
| |
 |
| |
|
|
|
 |
|
|
© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)
|