|
|||||
![]() |
|||||
| 1. | a. | 88 is 2σ onder de 120 dus links daarvan zit 2,5% | |||
| b. | 136 is σ boven de 120 dus rechts daarvan zit 13,5 + 2,5 = 16% | ||||
| c. | 104 is σ onder de 120 dus rechts daarvan zit 34 + 34 + 13,2 + 2,5 = 84% | ||||
| 2. | a. | 34 + 34 + 13,5 = 81,5% |
|
||
| b. | bovenste figuur: onder de 83,5 zit 28% onderste figuur: groen + geel = 28 Dus geel = 28 - 13,5 - 2,5 = 12% |
|
|||
| c. |
s = 0,6 boven de 8,5: 13,5 + 2,5 = 16% |
|
|||
| 3. | a. | 68% is tussen
m + s en
m -
s Dus bij de vuistregels geeft dat m = 133 en s = 3 |
|||
| b. | Er zijn veel meer gebieden onder een klokvorm te vinden die 68% van de oppervlakte zijn. Dus als dat gebied ergens anders ligt krijg je ook een andere m en andere s (die kun je alleen niet berekenen omdat dat niet bij de vuistregels past). | ||||
| 4. | a. |
Het
midden bij 234
? |
|||
|
|
|||||
| b. |
206 en 226
is het gemiddelde en het gemiddelde plus tweemaal de standaardafwijking Daartussen zit 47,5% |
||||
| 5. | a. | De verdeling is niet symmetrisch (het midden zit bijv. niet midden tussen beide uiteinden en de grafiek is aan de linkerkant wat steiler/meer doorgezakt dan rechts) dus het is geen normale verdeling. | |||
| b. | In
2020 komen de lagere cijfers (tussen de 4,8 en 5,7) minder vaak voor dan
in 2019; en komen de iets hogere cijfers (tussen de 5,7 en 6,4) vaker voor dan in 2019. De andere cijfers komen vrijwel even vaak voor. Daarom zal het gemiddelde in 2020 hoger zijn dan in 2019 De verdeling van 2020 is smaller dan de verdeling van 2019. Daarom zal de standaardafwijking in 2020 kleiner zijn dan in 2019 Mogelijkheid II is dus de juiste |
||||
| c. | tussen
5,7 en 7,2 zijn precies de grenzen van m + 2s
en m - s tussen m + 2s ligt 34% tussen m - s ligt 13,5% samen is dat 81,5% |
||||
|
© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl) |
|||||