|
© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl) |
|||
![]() |
|||
| 1. | a. |
|
|
| Begin met ABCD Teken dan DEC (ED = 2) EC omcirkelen en snijden met het verlengde van DC geeft CE EF = 2, dus is vlak CEFB te tekenen. DEFA tekenen (ED = EF = 2) FA omcirkelen en snijden met het verlengde van DA geeft AFB (hoek BAF is 90º, je kunt ook BF omcirkelen) |
|||
| b. |
|
||
| Begin met driehoek
ADC DEGC is te tekenen want DE = EG = 2 DEFA is te tekenen want DE = EF = 2 EFG is te tekenen want EG = EF = 2 Teken eerst punt H door AC te omcirkelen om A en ook om C (driehoek AHC is gelijkzijdig) Dan vind je F em G door AF en CG te omcirkelen om respectievelijk A en C. |
|||
| 2. |
|
||
| Teken eerst de rode
strook in het midden van 8 vierkanten. Daaraan komt aan de zijkant om en om aan beide kanten een vierkant of een driehoek Die driehoeken kun je weer tekenen door twee zijden te omcirkelen, zoals bovenaan rechts is aangegeven. Teken tenslotte ergens aan een geel en grijs vierkant er nog eentje. |
|||
| 3. |
|
||
| Begin met het
bodemvierkant (1) Teken daaraan 4 gelijkzijdige driehoeken (via omcirkelen van een zijde) dat is (2) Teken daaraan weer 4 vierkanten (3) Dan daaraan weer 4 gelijkzijdige driehoeken (4) Tenslotte het bovenvierkant (5) |
|||
| 4. |
|
||
| ABCD en AEHD en
AEMB en BMNC en HNE zijn makkelijk te tekenen. (de grijze lijnen zijn
hulplijnen) Dan moeten de driehoeken EMN en CNH nog...... Teken (links) GM even lang als GN, dan is de lengte van MN te omcirkelen rond N EM = EN dus kun je EN omcirkelen rond E Het snijpunt van die twee cirkels geeft M en driehoek EMN Teken (rechtsboven) GH = CG, dan is de lengte van CH te omcirkelen rond C NH = NC dus die kun je omcirkelen rond N (oranje boogje) Het snijpunt geeft H en driehoek CNH |
|||
| 5. |
|
||
| Teken eerst de
vlakken 1, 2 en 3 door van drie vierkanten van een kubus schuine zijden
af te snijden. Teken daarna de driehoeken BKL, MND en EIJ daaraan vast. |
|||
| 6. |
![]() |
||
| De goede is D. | |||