| |
 |
|
Grafen. |
©
h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl) |
|
| |
|
|
|
| Een graaf zou je het best kunnen
omschrijven als een "schematische tekening". Een tekening waar je
handig, in één oogopslag allerlei zaken uit af kan lezen. |
Een graaf bestaat uit 2 dingen:
|
|
|
| 1. |
Knooppunten.
Dat zijn de "elementen" waartussen we relaties willen aangeven. We geven
die meestal aan met dikke stippen. |
 |
| 2. |
Verbindingslijnen. Tussen een aantal knooppunten zijn lijnen
getrokken. Zo'n lijn staat voor een bepaalde relatie tussen die twee
knooppunten. De lengte of de vorm van zo'n lijn doen er niet toe, het
gaat er alleen maar om óf er een lijn is of niet. |
| |
|
Hiernaast zie je een
voorbeeld van een graaf met de knooppunten A, B, C, D, E.
Nou zijn de termen "elementen" en "relaties" nogal vaag. Daarom
eerst een paar mogelijke voorbeelden bij de graaf hiernaast. |
| |
|
|
|
| • |
De knooppunten zouden
voor vijf voetbalploegen kunnen staan en de verbindingslijnen voor de
relatie "...heeft gespeeld tegen...". Dan zie je in de
graaf direct dat B al tegen A en tegen C gespeeld heeft. Ook dat E nog
maar één wedstrijd heeft gespeeld, en A al drie. |
| |
|
|
|
| • |
De knooppunten zouden
voor vijf plaatsen kunnen staan en de verbindingslijnen voor de relatie
"...heeft een treinverbinding met...". Dan zie je in
de graaf direct dat je, als je met de trein van E naar A wilt, je via
station D zult moeten reizen. |
| |
|
|
|
| • |
De knooppunten zouden
voor vijf landen kunnen staan, en de verbindingslijnen voor de relatie
"heeft een stuk grens met". Dan zie je aan de graaf direct
dat de landen B, C en D elk twee buurlanden hebben. |
| |
|
|
|
| • |
De knooppunten zouden
vijf kinderen kunnen zijn, en de verbindingslijnen de relatie "...is
bevriend met..." of "...doet aan dezelfde sport als..."
of "...zit in de klas bij..." of "...woont
niet in dezelfde straat als..."
of ...... |
| |
|
|
|
En ga zo maar
door....
Overal als het gaat om dingen waar relaties tussen gelden, kun je een
graaf tekenen. |
| |
|
|
|
|
Speciale verbindingslijnen. |
| |
|
|
|
| Tot nu toe waren die
verbindingslijnen gewoon lijntje van het ene naar het andere knooppunt.
Af en toe kan er iets speciaals mee aan de hand zijn. Dat is
bijvoorbeeld zo in de volgende drie gevallen. |
| |
|
|
|
|
1. Gerichte verbindingen. |
| |
|
|
|
| Het kan zijn dat een
relatie maar één kant op gaat. Zoals in de liefde bijvoorbeeld. Als je
de relatie "...is verliefd op..." bekijkt, dan kan het
heel goed dat A verliefd is op B, maar B niet op A. |
In een graaf geven we
dat aan met een pijltje in de verbindingslijn. Dat betekent dus dat die
verbindingslijn een "éénrichtingsweg" is; je mag hem alleen in de
richting van het pijltje volgen.
Hiernaast zie je dat iedereen verliefd is op D. En ook dat er maar één
beantwoorde liefde is: die tussen A en C. Verder zal B wel jaloers
op A zijn, want B is verliefd op C, maar C op A.
Merk verder nog op dat de verbindingslijnen BD en AC elkaar snijden,
maar dat dat niet een echt snijpunt is; dan moet er een stip in staan
met een letter erbij. |
 |
| Een graaf waarin
verbindingslijnen met een pijl erin voorkomen heet een
gerichte
graaf. |
| |
|
|
|
|
2. Lussen. |
| |
|
|
|
Een lus is een
verbinding van een knooppunt met zichzelf. Zet ook in een lus altijd een
pijl (maak het dus een gerichte verbinding). Het kan natuurlijk heel
goed dat een knooppunt ook de relatie van de graaf met zichzelf heeft.
Neem bijvoorbeeld als knooppunten vier Nederlandse woorden A, B, C, D en
als relatie "...heeft minstens één letter gemeenschappelijk
met...". Omdat elk woord zeker letters met zichzelf
gemeenschappelijk heeft, moet er bij elk knooppunt een lus naar zichzelf
gaan.
A, B, C, D zouden hier bijvoorbeeld "klas", "boek", "long" en
"gras" kunnen zijn. |
 |
| |
|
|
|
|
3. Gewogen verbindingen. |
| |
|
|
|
Meestal gaat het in
een graaf er alleen om óf er verbinding is tussen twee knooppunten. Maar
af en toe wordt er aan zo'n verbinding ook nog een getal gekoppeld. Het
simpelste voorbeeld is natuurlijk de verbindingen tussen een aantal
steden. Je kunt aangeven óf er een directe verbinding is tussen twee
steden, maar als dat zo is kun je nog meer informatie geven door te
zeggen hoe lang die verbinding is.
Als je dat wilt, dan zet je dat getal in de graaf bij de
verbindingslijn.
Zo zie je in de graaf hiernaast dat je, als je van C naar B wilt reizen,
dat het kortst kunt doen via de route CDAB. Zonder die getallen was dat
niet duidelijk geweest (denk erom dat de lengte van de getekende
verbindingslijnen in een graaf willekeurig is; dat hoeft niet te kloppen
met de werkelijke lengte) |
 |
| |
|
|
|
| Gewogen verbindingen
hoeven niet altijd afstanden aan te geven. Er kan eigenlijk elk "aantal"
dat tussen de knooppunten geldt staan. Hiernaast zie je bijvoorbeeld een
graaf met van vier personen het aantal gemeenschappelijke
facebook-vrienden dat ze hebben. |
 |
| |
|
|
|
|
OPGAVEN |
| |
|
|
|
|
| 1. |
Vier plaatsen (A, B, C) binnen één
gemeente gaan in de zomer een festival organiseren.
De locatie daarvan kan zijn in één van de plaatsen zelf of op
een groot terrein (T)dat ook in de gemeente ligt.
Hiernaast zie je een graaf met de afstanden tussen de vijf
locaties. |
 |
| |
|
|
|
| |
Men gaat ervan uit dat van elke
plaats 10% van de inwoners het festival zal bijwonen.
Plaats A heeft 8500 inwoners, plaats B heeft 6100 inwoners en
plaats C heeft 4430 inwoners |
| |
|
|
|
|
| |
a. |
Vul de afstandenmatrix
A hiernaast in. Neem steeds de kortste route, en denk erom dat
het gaat om de kortste route heen én weer terug. |
 |
| |
|
|
|
| |
b. |
Waar kan het festival het best
plaatsvinden als er zo weinig mogelijk kilometers door alle
festivalgangers samen moet worden afgelegd? Geef een berekening
met een matrixvermenigvuldiging. |
| |
|
|
|
|
| 2. |
8 schakers
spelen op een groot schaaktoernooi een halve competitie. De
graaf hiernaast geeft na een aantal speelrondes de
gewonnen/verloren wedstrijden van deze schakers.
Een gerichte
verbindingslijn betekent "heeft gewonnen van" een
ongerichte verbinding betekent "remise" en de getallen geven aan
hoeveel minuten de hele wedstrijd duurde. |
 |
| |
|
|
| |
a. |
Eén wedstrijd tussen deze
spelers is afgebroken moet nog uitgespeeld worden. Welke was dat? |
| |
|
|
|
|
| |
Een
gewonnen wedstrijd levert 1 punten op voor de winnaar, remise
voor beide spelers 0,5 punt. Men heeft afgesproken dat bij
gelijke stand de speler die de minste tijd heeft gespeeld hoger
staat dan de speler die er langer over heeft gedaan. |
| |
|
|
| |
b. |
Neem aan dat de
afgebroken wedstrijd na in totaal 115 minuten speeltijd eindigt
in remise.
Maak dan een stand op tot dit moment. |
| |
|
|
|
|
| 3. |
Acht darters
spelen een toernooi tegen elkaar.
Het toernooi is een "Knock-Out toernooi; dat betekent dat een
speler die verliest er direct uitlegt. De winnaars gaan steeds
door naar een volgende ronde.
Er worden dus 4 kwartfinales gespeeld en 2 halve finales en
uiteindelijk één finale.
De graaf hiernaast geeft de resultaten. Een verbindingslijn
staat voor de relatie "heeft gewonnen van"
Leg uit wie er van wie heeft gewonnen in de halve finales. |
 |
| |
|
|
|
|
| 4. |
De volgende matrix geeft
van een graaf van 5 knooppunten aan welke knooppunten via
twee stappen met elkaar verbonden zijn. De getallen
geven aan via hoeveel verschillende routes dat kan. |
| |
|
|
|
|
| |
 |
| |
|
|
|
|
| |
Maak hiervan een graaf
die aangeeft welke knooppunten via drie stappen
met elkaar verbonden zijn. |
| |
|
|
|
|
| |
|
| |
|
De Vriendenstelling
(een toepassing). |
| |
|
|
|
| De "vriendenstelling"
heet ook wel de stelling van Ramsey (dat was degene die er het eerst mee
kwam) en luidt als volgt: |
| |
|
|
|
|
"In elke groep van zes mensen zijn er minstens drie
gemeenschappelijke vrienden,
óf drie mensen die alle drie geen vrienden van elkaar zijn". |
|
| |
|
|
|
Het bewijs
met een graaf.
Teken een graaf met zes knooppunten A tm F (de mensen), en met als
verbindingslijn de relatie "..is bevriend met...".
Kies een willekeurig punt A van de graaf. Dan kunnen er vanuit A 0, 1,
2, 3, 4 of 5 verbindingslijnen lopen. |
geval 1. Er lopen minstens drie verbindingslijnen vanuit A.
Noem drie punten waar verbindingslijnen vanaf A heen lopen B, C, D.
Zodra er tussen B, C en D ergens één verbindingslijn loopt (bijv.
BD), hebben we een driehoek (ABD) dus een groep van drie vrienden.
Maar als er tussen B, C en D geen enkele verbindingslijn loopt, dan
hebben we drie mensen die alle drie geen vriend van elkaar zijn. In
beide gevallen is de stelling waar.
geval 2. Er lopen vanaf A minder dan 3
verbindingslijnen.
Dan zijn er minstens 3 punten te vinden waar géén lijn vanaf A naar toe
loopt. Noem die punten B, C en D.
Zodra er tussen B, C en D ergens ook géén verbindingslijn loopt (bijv.
BD), hebben we een drie mensen (ABD) die alle drie geen vriend van
elkaar zijn..
Maar als er tussen B, C en D drie verbindingslijnen lopen, dan hebben we
een groep van drie vrienden. In beide gevallen is de stelling
waar. |
 |
| |
|
|
|
 |
|
©
h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl) |