| |
 |
|
Lesliematrices |
©
h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl) |
|
| |
|
|
|
Deze les zullen we
een speciale overgangsmatrix bestuderen, namelijk de
Lesliematrix. (genoemd naar Patrick Leslie, een Engels
wiskundige zo rond 1940). Die wordt gebruikt om bevolkingsgroei te
berekenen.
In het model van Leslie wordt de bevolking van een diersoort ingedeeld
in een aantal leeftijdsklassen (L1, L2, ...). De
klassen bestrijken elk evenveel tijd (ze zijn "even breed").
Neem bijvoorbeeld een diersoort met de klassen 0 - 5 jaar, 6 - 11
jaar, 12 - 17 jaar en 18 - 23 jaar.
Als je dan een periode van 6 jaar bekijkt, dan zal alles wat in klasse
0 - 5 zat intussen in klasse 6 - 11 zijn gekomen (ze zijn immers 6 jaar
ouder geworden). Alleen degenen die zijn gestorven niet.
Dat ziet er in een graaf zó uit (de pijlen staan voor een overgang in
een periode van 6 jaar): |
| |
|
|
|
|
 |
| |
|
|
|
Daarin zie je bijvoorbeeld dat
van de klasse (0-5) na een periode van 6 jaar 95% in klasse (6-11) is
beland, en dat dus 5% is doodgegaan. Die blauwe getallen heten dan ook
heel toepasselijk de overlevingskansen
(o)
Maar behalve dat er een aantal doden zijn elke 6 jaar zullen er ook
nieuwe baby's geboren worden, en die komen uiteraard allemaal in de
klasse (0-5). We geven dat aan door pijlen vanaf alle klassen naar
de klasse (0-5): |
| |
|
|
|
|
 |
| |
|
|
|
| Die rode pijlen zijn dus niet
echt dieren die verhuizen van een bepaalde klasse naar de eerste klasse,
nee, het zijn nieuwe exemplaren (baby's). Omdat wij als wiskundigen
alleen geïnteresseerd zijn in de aantallen in elke groep,
kunnen we dat wel met zulke pijlen aangegeven. De rode getallen geven
aan hoeveel nakomelingen er per exemplaar in een periode van 6 jaar
gemiddeld zijn. |
Het zou heel goed kunnen dat
sommige van die getallen nul zijn. Bijvoorbeeld zijn bij veel
diersoorten de exemplaren van 0-5 jaar nog niet vruchtbaar, dus zal dat
getal 0,05 bij die lus gelijk aan nul zijn. Die rode kansen heten de
vruchtbaarheidsfactoren (v)
De getallen uit de graaf hierboven geven de overgangsmatrix L
hiernaast. Zo'n overgangsmatrix heet dus een Lesliematrix.
Die heeft eigenlijk altijd dezelfde vorm: |
 |
| |
|
|
|
|
 |
| |
|
|
|
De vruchtbaarheidsfactoren staan
daar bovenaan, de overlevingskansen zo schuin naar beneden, de rest van
de matrix is nul.
Als je de huidige bevolkingsopbouw (de aantallen in elke groep) dan als
een kolom opschrijft, dan kun je de bevolking na 1, 2, 3,
4... periodes berekenen met L • B en L2 • B en
L3 • B en L4 • B enz.
Merk tenslotte nog op dat de som van de getallen in de kolommen van een
Lesliematrix niet gelijk is aan 1. Dat betekent dat de totale
bevolkingsgrootte niet constant blijft maar zal veranderen. |
| |
|
|
|
Voorbeeld.
Een bepaald soort kakkerlak wordt maximaal 4 jaar oud. In een groot
gebouw zijn er op een gegeven moment 300 kakkerlakken van 0-1 jaar, 250
kakkerlakken van 1 - 2 jaar, 210 kakkerlakken van 2 - 3 jaar
en 80 kakkerlakken van 3-4 jaar.
Van de 0-1 jarigen gaat elk jaar 60% dood, en heeft elk exemplaar
gemiddeld 2,5 nakomelingen.
Van de 1-2 jarigen gaat elk jaar 50% dood, en heeft elk exemplaar
gemiddeld 3,4 nakomelingen.
Van de 2-3 jarigen gaat elk jaar 70% dood, en heeft elk exemplaar
gemiddeld 4,2 nakomelingen.
Van de 3-4 jarigen heeft elk exemplaar gemiddeld 1,2 nakomelingen.
Bereken de aantallen kakkerlakken over 10 jaar als dit patroon zo
blijft. |
|
| |
|
|
 |
|
|
| |
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
©
h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl) |