| |
 |
|
Handig Noteren. |
©
h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl) |
|
| |
|
|
|
Soms kun je gegevens makkelijker
in een tabel dan in een tekst opschrijven.
Neem de volgende gegevens maar eens. |
| |
|
|
|
Bij Albert Hein verkopen ze sinds een
aantal jaar drie verschillende soorten cassis. Die drie
soorten verschillen van elkaar in de samenstelling wat
betreft suikergehalte (s), koolzuurgehalte (k)
en fruitgehalte (f).
De meest verkochte soort cassis is het huismerk Albert
Hein (A) met per liter 6 gram fruit en 2 gram
koolzuur en 5 gram suiker. Op de tweede plaats komt Hero
cassis (H) met per liter 3 gram koolzuur en 8 gram
fruit en 2 gram suiker. De minst verkopende soort cassis is
Fanta cassis (F) met daarin per liter 6 gram suiker en 4
gram koolzuur en 4 gram fruit. |
|
| |
|
|
|
| Kijk, dat moet je even zorgvuldig
lezen voor je dat allemaal snapt. Waarschijnlijk maak je, als je
deze gegevens een beetje wilt ordenen, zelf al wel een soort tabelletje,
dat er (denk ik) ongeveer zó uitziet: |
| |
|
|
|
| |
samenstelling (gram/liter) |
| s |
k |
f |
| merk |
A |
5 |
2 |
6 |
| H |
2 |
3 |
8 |
| F |
6 |
4 |
4 |
|
| |
|
|
|
Vanaf nu gaan we dat korter
noteren, en dat doen in een MATRIX (meervoud: matrices)
Hieronder zie je de "Cassismatrix" C: |
|
 |
| |
|
|
|
Zo'n matrix is dus eigenlijk
niets anders dan een tabel. Maar het is wel een tabel die vrij handig en
beknopt is opgeschreven en.....waarmee we gaan rekenen!
Hier is alvast een (oké, wel erg eenvoudig) voorbeeldje van dat
rekenen:
Stel dat je wilt weten hoeveel suiker, koolhydraten en fruit er in 3
liter van deze cassissoorten zit, dan doe je al die getallen keer 3. Dat
geeft de matrix 3C: |
| |
|
|
|
|
 |
| |
|
|
|
Je ziet dat ik uit gemakzucht die
opschriften boven en voor de matrix heb weggelaten. Ik ben nou eenmaal
nogal lui....
Het leidt trouwens wel tot de volgende regel: |
| |
|
|
|
|
als je een matrix met een getal
vermenigvuldigt,
dan moet je gewoon elk getal van de matrix daarmee
vermenigvuldigen. |
|
| |
|
|
|
| Maar Albert Hein verkoopt
natuurlijk niet alleen maar cassis. Ze verkopen (bijvoorbeeld) ook sinas
van precies dezelfde drie merken. Voor sinas geldt de Sinasmatrix (S): |
|
|
| |
|
|
|
Alweer een
rekenvoorbeeld (en nog steeds erg eenvoudig):
Stel dat iemand een liter sinas én een liter cassis drinkt. Hoeveel
suiker, koolhydraten en fruit heeft hij dan binnengekregen, afhankelijk
van het merk frisdrank?
Dan moet je die hoeveelheden bij elkaar optellen: |
| |
|
|
|
|
 |
| |
|
|
|
| Kijk, dat geeft toch weer een
rekenregel voor matrices: |
| |
|
|
|
|
als je twee matrices bij elkaar op moet
tellen,
dan tel je gewoon alle getallen op de overeenkomstige
plaatsen op. |
|
| |
|
|
|
Dat betekent dus wél dat je
alleen twee matrices bij elkaar op kunt tellen als ze even groot zijn!!!
Het zal je niet verbazen dat je twee matrices van elkaar aftrekt door
alle getallen op overeenkomstige plaatsen van elkaar af te trekken. |
| |
|
|
|
|
Even wat namen tussendoor..... |
| |
|
|
|
Een matrix is dus eigenlijk niets
anders dan een tabel met getallen erin.
Getallen die horizontaal naast elkaar staan noemen we een
RIJ van de matrix, en getallen die
verticaal onder elkaar staan noemen we een
KOLOM.
Als je de afmetingen van een matrix wilt noemen, dan noem je altijd
eerst het aantal rijen, en daarna het aantal kolommen.
Met "een 3 ´ 4 matrix" wordt dus een
matrix met 3 rijen en 4 kolommen bedoeld, zoals je hieronder er eentje
een paar keer ziet.
Een getal uit een matrix heet voortaan een
ELEMENT. We geven aan om welk element het gaat door te zeggen in
welke rij en welke kolom dat element staat (weer in die volgorde: eerst
rij, dan kolom)
Van matrix A hieronder is bijvoorbeeld a23 = 1
(Het is gebruikelijk een matrix met een hoofdletter aan te geven en dan
de elementen van die matrix met dezelfde kleine letter, dan weet je
tenminste dat ze bij elkaar horen). |
| |
|
|
|
|
 |
| |
|
|
|
|
...en weer terug naar het rekenen. |
| |
|
|
|
| De cassis- en sinasfabrikanten
van hierboven gaan alle drie een nieuw drankje op de markt brengen dat
een mix is van 30% cassis met 70% sinas. De matrix (M) die aangeeft
hoeveel suiker, koolzuur en fruit er in een liter van dat nieuwe drankje
zit, zit bereken je dan zó: |
| |
|
|
|
 |
| |
|
|
|
| |
|
|
|
OPGAVEN |
| |
|
|
| 1. |
a. |
Stel een 3×
4 matrix (B) op
bij de volgende gegevens: |
| |
|
|
|
|
| |
|
In een denksportcentrum
spelen 3 bridgeclubs; eentje op de maandagavond, eentje op de
woensdagavond en eentje op de vrijdag middag.
Bij bridge kun je door wedstrijden of competities te winnen
meesterpunten behalen en wat betreft behaalde aantallen
meesterpunten zijn er 4 titels te krijgen:
Clubmeester (0-500 punten, Districtsmeester (500 - 1000
punten), Regionaal meester (100-2000 punten) en
bondsmeester (15000 en meer punten)
De maandagavondclub heeft 4 bondsmeesters, 12
regionaalmeesters, 26 districtsmeesters en 42 clubmeesters.
De woensdagavond club heeft in totaal 84 leden waarvan 33
clubmeesters, geen bondsmeesters en 26 regionaalmeesters.
van de vrijdagmiddagclub is 50% clubmeester, 25%
districtsmeester, 20% regionaalmeester en de rest bondsmeester
De drie clubs samen hebben in totaal 228 leden. |
| |
|
|
|
|
| |
Voor de vrouwelijke
leden van deze clubs geldt de volgende matrix (V): |
| |
|
|
|
|
| |
 |
| |
|
|
|
|
| |
b. |
Hoe groot is v31
? Welke elementen van deze matrix zijn groter dan
v31? |
| |
|
|
|
|
| |
c. |
Stel een matrix (M) op
voor de mannelijke leden, en leg uit hoe die ontstaat uit de matrices
B
en V. |
| |
|
|
|
|
| |
Omdat men graag meer
vrouwelijke leden wil werven is de contributie is voor de
vrouwelijke leden lager dan die voor de mannelijke leden. De
vrouwen betalen €120,-
per jaar en de mannen betalen
€150 per jaar. |
| |
|
|
|
|
| |
d. |
Stel door middel van een
matrixberekening een nieuwe matrix C op waarin staat hoeveel de
penningmeesters van de drie clubs aan contributie per jaar
binnenkrijgen. |
| |
|
|
|
|
| 2. |
In Engeland gebuikt men
voor afstanden onder anderen de eenheden inch, foot en
yard.
Een foot is gelijk aan 12 inch en ook gelijk aan
1/36 yard. |
| |
 |
| |
|
|
|
|
| |
a. |
Vul de afstandenmatrix
W verder in: |
| |
|
|
|
|
| |
b. |
 |
| |
|
|
|
|
| 3. |
Gegeven zijn de matrices: |
| |
 |
| |
Bereken: |
| |
|
|
|
|
| |
a. |
2B + C |
|
|
| |
b. |
5A -
2C + B |
|
|
| |
c. |
C -
(A - B) |
|
|
| |
d. |
-2(4C -
A) |
|
|
| |
|
|
|
|
 |
|
 |
|
|
©
h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl) |