| |
© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)
|
|
|
Meer opgaven |
 |
| |
|
|
|
 |
| |
|
|
|
 |
Geef formules van de volgende parabolen. De
schaalverdeling is steeds 1 eenheid per hokje. |
| |
|
|
|
| |

|
| |
|
|
|
 |
Examenvraagstuk HAVO wiskunde B, 2019-II |
| |
|
|
|
| |
Het Viaduc de Garabit is een
spoorbrug die tussen 1880 en 1884 over de rivier de
Truyère in Frankrijk is gebouwd. Zie de foto. |
| |
|
|
|
| |
 |
| |
|
|
|
| |
De onderste boog is bij benadering
een deel van een parabool.
We plaatsen de parabool in een assenstelsel, zodanig
dat het beginpunt van de boog zich in de oorsprong
bevindt. Zie de figuur.
Verder is de afstand tussen beginpunt en eindpunt
van de boog 165,00 m en bevindt de top van de
onderste boog zich 51,858 m boven de
x-as. |
| |
|
|
|
| |
 |
| |
|
|
|
| |
De parabool is te beschrijven
met een formule van de vorm
y
=
ax2
+
bx
.
Bereken
algebraïsch de waarden van
a
en
b.
Geef je eindantwoord
in vier decimalen. |
| |
|
|
|
 |
a. |
Een parabool gaat
door (-2, 0) en (4, 6) en (8, 0).
Geef een formule. |
| |
|
|
|
| |
b. |
Een parabool gaat
door (3, -1) en (0, -4) en (2, -6). Geef
een formule. |
| |
|
|
|
| |
c. |
Een parabool met top
(-2, 5) gaat ook door (3.-45). Geef een formule. |
| |
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
| 4. |
En kogel die door een kanon wordt weggeschoten volgt een paraboolbaan.
Door de hoek waaronder de kogel wordt weggeschoten te variëren kunnen
we vergelijking van zo'n parabool veranderen.
We kiezen een assenstelsel zoals hieronder, met het startpunt van de
kogel in (0, 1) |
| |
|
|
|
| |
 |
| |
|
|
|
| |
Voor alle parabolen geldt: h(x) = ax2
+ bx + c (h is de hoogte, x de horizontale
afstand van het beginpunt, beiden in meters) |
| |
|
|
|
| |
a. |
Wat is er bekend van het getal c?
Leg uit waarom in de praktijk a een negatief getal zal zijn.
Leg uit waarom in praktijk b een positief getal zal zijn. |
| |
|
|
|
| |
Een kogel volgt de baan van zo'n parabool en heeft als hoogste punt
(400, 80). |
| |
|
|
|
| |
b. |
Stel een vergelijking van de baan op en bereken hoe ver vanaf het kanon
de kogel weer op de grond zal belanden. |
| |
|
|
|
| |
Een tweede kogel volgt een paraboolbaan met vergelijking
h(x) = -0,00015x2 + 0,08x + 1
Deze kogel komt terecht op een hellend vlak, dat begint op 100 meter
afstand van het kanon. Zie de figuur voor de afmetingen. |
| |
|
|
|
| |
 |
| |
|
|
|
| |
c. |
Stel een vergelijking op voor het hellende vlak, en bereken algebraïsch
op welke hoogte de kogel op het vlak zal belanden. Geef je antwoord in
twee decimalen nauwkeurig. |
| |
|
|
|
| 5. |
Examenopgave VWO
Wiskunde B, 2026-I
In deze
opgave bekijken we een vereenvoudigd model van de situatie
waarin iemand een stuiterbal recht omlaag laat vallen. Deze
bal zal dan een aantal keer stuiteren. Het moment waarop de
bal de grond raakt noemen we stuit. Na elke stuit komt de
stuiterbal minder hoog dan na de voorgaande stuit.
De hoogte van de stuiterbal tussen twee opeenvolgende keren
stuiten wordt steeds beschreven door een kwadratische
functie van de tijd t. Vanaf het loslaten tot aan de
eerste stuit heet de functie h0 , tussen
de eerste en de tweede stuit heet de functie h1
, vervolgens h2 enzovoorts. De grafieken
van deze functies zijn delen van parabolen.
In deze opgave bekijken we een stuiterbal die wordt
losgelaten vanaf een hoogte van 1 meter op tijdstip t
= 0. De eerste stuit is na 0,45 seconden. Zie de figuur.
|
| |
|
|
|
| |
 |
| |
Er
geldt (bij benadering) h0(t)
= -4,9t2 + 1 , met t in
seconden en h0 de hoogte in meters. |
| |
|
|
|
| |
a. |
Bereken
algebraïsch de snelheid in m/s waarmee de stuiterbal voor
het eerst de grond raakt. Geef je eindantwoord in één
decimaal. |
| |
|
|
|
| |
Tussen
twee opeenvolgende stuiten bereikt de stuiterbal een hoogste
punt. Iedere keer is de hoogte van dat hoogste punt 64% van
de hoogte van het voorgaande hoogste punt. |
| |
|
|
|
| |
 |
| |
|
|
|
| |
In de
figuur hierboven is te zien dat de tijdsduur tussen twee
opeenvolgende stuiten steeds korter wordt. Deze tijdsduur
Tn is in seconden. Zo is T1
= 0,72 de tijdsduur tussen de eerste en de tweede stuit,
T2 de tijdsduur tussen de tweede en derde
stuit enzovoorts. T3 loopt van tijdstip
K tot tijdstip L.
Een formule voor Tn is:
Tn =
0,9 · 0,8n
met n ³
1 . |
| |
|
|
|
| |
b. |
Stel
met bovenstaande gegevens een functievoorschrift op van h3
Geef de getallen in je eindantwoord in twee decimalen. |
| |
|
|
|
| |
|
|
 |
|
© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)
|