© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)

Meer opgaven  
       
Wat zou een derde factor kunnen zijn bij de volgende gevonden correlaties?
       
  a. De  grootte van de neus en het aantal behaalde zwemdiploma's vertonen een grote positieve correlatie.
       
  b. Een bekende conspiracy-theory zegt dat de mate waarin het 5G-netwerk ergens aanwezig is sterk correleert met het aantal coronabesmettingen.
       
  c. Er is een positieve correlatie tussen het aantal schoenen dat iemand heeft en de oppervlakte van zijn woning.
       
  d. Er is een negatieve correlatie tussen de hoeveelheid boerenkool die een groenteman verkoopt en de hoeveelheid sla.
       
Hieronder zie je zeven krantenkoppen naar aanleiding van gevonden grote correlatiecoëfficiënten. 
Welke conclusies zouden in deze gevallen wiskundig net zo goed gerechtvaardigd zijn?
       
 

       
Hieronder vind je in één tabel de eigenschappen A, B, C en D die bij een aantal proefpersonen zijn gemeten.
Leg uit welke (positieve of negatieve) correlaties er te vinden zijn, en leg ook uit welke eigenschap in die gevallen een derde factor zou kunnen zijn.
       
 
 

proefpersoon

a b c d e f g h i j k l
A 1,2 3,0 2,9 4,4 5,2 5,2 6,0 6,9 8,1 7,4 9,1 9,9
B 40 36 27 31 33 25 19 20 13 10 11 6
C 301 1810 1000 390 1180 1310 1600 610 1580 990 210 620
D 12 31 22 49 53 41 50 62 72 51 69 83
       
MEER OPGAVEN
       
4. Als we eigenschappen A en B tegen elkaar uitzetten vinden we een negatieve correlatie.
Als we eigenschappen B en C tegen elkaar uitzetten vinden we een positieve correlatie.
Wat voor correlatie vinden we als we eigenschappen A en C tegen elkaar uitzetten?
       
5. Stel dat er een superdrankje wordt gevonden dat de kans op hartinfarcten drastisch vermindert. Dat betekent dat er een sterk negatieve correlatie zal zijn tussen het totaal aantal hartinfarcten in een gebied en het gebruik van dat superdrankje.
Maar als je dan een puntenwolk maakt van het aantal doden door kanker en het gebruik van dat superdrankje, dan zal daar een positieve correlatie te vinden zijn.
       
  a. Leg uit welke derde factor hier een rol speelt.
       
  b. Licht de uitspraak "elk goed geneesmiddel tegen een ziekte correleert positief met een andere ziekte" toe.
       
     

© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)