|
© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)
|
|
Meer opgaven |
|
 |
 |
| |
|
|
|
 |
De politie van Groningen houdt regelmatig
drankcontroles bij automobilisten. Het blijkt dat het aantal
bekeuringen dat men op een avond uitdeelt bij benadering normaal
verdeeld is met een gemiddelde van 46 en een
standaarddeviatie van 8.
Bereken zo nauwkeurig mogelijk de kans dat er op een avond
minstens 56 bekeuringen worden uitgedeeld. |
| |
|
|
|
 |
Geraldine bezorgt folders als bijbaantje. Ze
krijgt van het distributiebedrijf de folders kant en klaar in
pakketten , verpakt in plastic. Het aantal folders in een
pakket varieert van week tot week. Dat aantal is bij benadering
normaal verdeeld met een gemiddelde van 15 en een
standaarddeviatie van 5.
Hoe groot is de kans dat Geraldine in een bepaalde week pakketen
van minder dan 12 folders moet bezorgen? |
| |
|
|
|
 |
Joke en Karien spelen elke Zaterdagmiddag in de
kroeg een spelletje biljart. Ze spelen dan steeds 50 beurten, en
tellen het aantal punten dat ze scoren. Een beurt gaat net
zolang door totdat je een keer géén punt scoort. Dus in theorie
kun je in één beurt wel oneindig veel punten scoren.
Het aantal punten dat Joke scoort in 50 beurten is normaal
verdeeld met een gemiddelde van 78 en een standaarddeviatie van
12. Voor Karien is het gemiddelde 75 en de standaarddeviatie 8. |
| |
|
|
|
| |
a. |
Hoe groot is de kans dat Joke op een
zaterdagmiddag meer dan 85 punten scoort? |
| |
|
|
|
| |
b. |
Hoe groot is de kans dat het aantal
punten dat Karien op zaterdagmiddag scoort meer is dan 65 maar
minder dan 80? |
| |
|
|
|
| |
c. |
Hoe groot is de kans dat Karien van
Joke wint? |
| |
|
|
|
 |
examenvraagstuk VWO Wiskunde A,
1993. In deze opgave gaan we uit van een jaar van
365 dagen. In zo'n jaar telt januari 31, februari 28, maart 31, en april
30 dagen. In deze opgave worden de dagen van het jaar genummerd vanaf 1
januari. 1 februari heeft dan nummer 32.
Voor de bemesting van een
grasland gebruikt men stikstofkunstmest. Uit onderzoek is gebleken dat
de eerste bemesting in het voorjaar het hoogste rendement geeft als men
direct na het bereiken van een temperatuursom (T-som) van 200ºC strooit.
De T-som is de som van de gemiddelde etmaaltemperaturen vanaf 1 januari.
De gemiddelde etmaaltemperatuur per dag wordt telkens de volgende
ochtend berekend en bij de vorige T-som opgeteld. Zodra de T-som meer
dan 200 is, worden de boeren hiervan via de radio op de hoogte gebracht.
De dag waarop dit gebeurt noemen we de melddag.
Uit gegevens over lange tijd blijkt dat het nummer van de melddag bij
benadering normaal verdeeld is met een gemiddelde van 105 en een
standaarddeviatie van 10. |
| |
|
|
|
| |
a. |
Bereken de kans dat
de melddag een dag in april is. |
| |
|
|
|
| |
De mest moet beslist droog
bewaard worden. Boeren en tussenhandelaren nemen deze daarom niet in
voorraad. Zodra de melddag is aangebroken, wordt de mest bij
kunstmestfabriek KF besteld. KF moet daar rekening mee houden. Bij het
opstellen van een voorlopig jaarschema in december wenst KF dat het
risico van een onvoldoende voorraad stikstofkunstmest op de melddag
kleiner is dan 1%. |
| |
|
|
|
| |
b. |
Bereken de uiterste datum die KF
in het voorlopig jaarschema kan opnemen voor het op peil zijn van de
voorraad kunstmest. |
| |
|
|
|
 |
examenvraagstuk HAVO Wiskunde B,
2005 (gewijzigd). Demografen houden zich onder andere bezig met
de samenstelling, opbouw en groei van de bevolking. De groei van de
bevolking is onder andere afhankelijk van het aantal geboorten. Neem aan
dat het aantal geboorten per dag in Nederland bij benadering normaal
verdeeld is met een gemiddelde van 550 en een standaardafwijking van 35. |
| |
|
|
|
| |
a. |
Bereken op hoeveel dagen van
één jaar er in Nederland naar verwachting 500 of meer geboorten zullen
zijn. |
| |
|
|
|
| |
Hieronder is de grafiek van een
normale verdeling getekend met gemiddelde
μ en
standaardafwijking
σ. |
| |
|
|
|
| |
 |
| |
|
|
|
| |
b. |
Bij een continue normale verdeling
is de kans dat een meting tussen
μ - σ
en
μ + 2σ
ligt ongeveer 82%.
Leg dat uit. |
| |
|
|
|
| |
c. |
Bereken in twee
decimalen nauwkeurig de kans dat op een
willekeurige dag het aantal geboorten tussen
μ - σ
en
μ + 2σ
ligt. |
| |
|
|
 |
|
|
| |
|
|
|
| 6. |
Examenvraagstuk
VWO Wiskunde A, 2010. Van de mensen die in 2006 rookten, rookte
24,5% per dag 20 sigaretten of meer. Rokers rookten toen gemiddeld 11,4
sigaretten per dag. Tine wil onderzoeken of het aantal sigaretten per
dag normaal verdeeld zou kunnen zijn.
Ze bedenkt de volgende aanpak: “Als er sprake is van een normale
verdeling, dan kan ik de bijbehorende standaardafwijking berekenen.
Daarna kan ik nagaan of die waarde – in combinatie met dat gemiddelde
11,4 – tot een conclusie leidt.”
Bereken die standaardafwijking en toon daarmee aan dat het aantal
sigaretten dat een roker per dag in 2006 rookte, niet normaal verdeeld
kan zijn |
| |
| 7. |
Examenvraagstuk
VWO Wiskunde C, 2014.
Sinds 2005 publiceren printerfabrikanten gegevens over de aantallen
pagina's die met verschillende printers afgedrukt kunnen worden.
Van een bepaald type cartridge is de gemiddelde opbrengst 1703
pagina's met een standaardafwijking van 52 pagina's.
We gaan ervan uit dat de paginaopbrengst bij benadering normaal
verdeeld is. |
| |
|
|
|
| |
a. |
Bereken de kans dat een cartridge van
dit type minstens 1650 pagina's kan printen. |
| |
|
|
|
| |
De door de fabrikant vermelde opbrengst
is een stuk lager.
Dat komt doordat de fabrikant moet aangeven hoeveel pagina's er in
ten minste 97% van de gevallen geprint kunnen worden. |
| |
|
|
|
| |
b. |
Bereken welke opbrengst de fabrikant
vermeld zal hebben voor dit type cartridge. Rond je antwoord af op
tientallen pagina's. |
| |
|
|
|
| |
De zwarte cartridges gaan langer mee dan
de kleurencartridges. De paginaopbrengst van deze zwarte cartridges
is ook normaal verdeeld, met een gemiddelde van 6828 pagina's en een
standaardafwijking van 23 pagina's. |
| |
|
|
|
| |
c. |
Bereken in hoeveel procent van de
gevallen je met vier willekeurig gekozen zwarte cartridges in totaal
meer dan 27250 pagina's kunt printen. |
| |
|
| 8. |
Een leraar overhoort elke les vier
willekeurig gekozen leerlingen uit zijn klas. In de klas zitten
12 meisjes en 8 jongens. Voor het aantal meisjes dat hij
overhoort geldt de volgende tabel: |
| |
|
|
|
| |
|
Aantal meisjes |
0 |
1 |
2 |
3 |
4 |
|
kans |
0,014 |
0,139 |
0,381 |
0,363 |
0,102 |
|
| |
|
|
|
| |
Het gemiddelde aantal meisjes is
2,4 en de standaarddeviatie is 0,9 |
| |
|
|
|
| |
a. |
Bereken die standaarddeviatie in
drie decimalen nauwkeurig. |
| |
|
|
|
| |
b. |
Het aantal meisjes dat hij na 5
lessen in totaal heeft overhoord is bij benadering normaal
verdeeld.
Benader met die normale verdeling de kans dat hij na 10 lessen
precies 20 meisjes heeft overhoord. Gebruik gemiddelde 2,4
en standaarddeviatie 0,9. |
| |
|
|
|
| 9. |
examenvraagstuk VWO Wiskunde
A, 2011. In de huidige ‘24-uurs-economie’ staat de handel in
aandelen nooit stil. Het is niet goed mogelijk de prijs van moment tot
moment bij te houden. We bekijken daarom de veranderingen in prijs per
dag. We gaan ervan uit dat de
prijsveranderingen
per dag normaal verdeeld zijn met
gemiddelde 0 en een standaardafwijking die per bedrijf kan verschillen.
In de economie wordt die standaardafwijking de
volatiliteit
van een aandeel genoemd.
Meneer Kok koopt aandelen Forpins voor €30,00 per
aandeel. De volatiliteit van een aandeel Forpins is €0,119. Ga er gemakshalve van uit dat de prijsverandering op de ene
dag onafhankelijk is van de prijsverandering op een andere dag.
We onderzoeken de totale verandering van de prijs van
een aandeel Forpins na zeven dagen.
Laat zien dat de standaardafwijking na een periode van
zeven dagen ongeveer €0,315 is en bereken daarmee de kans dat een
aandeel na zeven dagen afgerond meer dan €0,20 in waarde is gedaald. |
| |
|
|
|
| 10. |
Het aantal kinderen in groep
8 van de basisscholen in Nederland is normaal verdeeld met een
gemiddelde van 23 en een standaarddeviatie van 4. |
| |
|
|
|
| |
a. |
Bereken de kans dat in een
willekeurig gekozen groep 8 in Nederland meer dan 28 kinderen zitten |
| |
|
|
|
| |
In Finland
zijn de klassen veel kleiner. Daar is het gemiddeld aantal kinderen in
een groep 8 gelijk aan 18 met een standaarddeviatie van 3. |
| |
|
|
|
| |
b. |
Als je een
willekeurig gekozen groep 8 uit Nederland vergelijkt met een willekeurig
gekozen groep 8 uit Finland, hoe groot is dan de kans dat in de Finse
groep minder leerlingen zitten dan in de Nederlandse? |
| |
|
|
|
| 11. |
examenvraagstuk VWO Wiskunde
C, 2017. |
| |
|
|
|
| |
Sinds 1995 vindt er elke vier jaar een
internationaal reken- en wiskundeonderzoek plaats onder leerlingen
uit groep 6 van de basisschool. Dit onderzoek heet TIMSS. De
gemiddelde score van alle deelnemende landen in 1995 is op 500
gesteld. Leerlingen krijgen een geheel getal als score. De
gemiddelde scores van elk land worden ook afgerond op gehele
waarden.
De VS hadden in 2011 een score van 541. We gaan
ervan uit dat de gemiddelde score van alle leerlingen die in de VS
meededen 541 is. Neem aan dat de score van de leerlingen in de VS in
2011 bij benadering normaal verdeeld is met een standaardafwijking
van 76. |
| |
|
|
|
| |
a. |
Bereken hoeveel procent van de leerlingen die in de
VS in 2011 aan het onderzoek meededen een score van 550 of hoger
had. |
| |
|
|
|
| |
Neem aan dat de score van de leerlingen in België in
2011 bij benadering normaal verdeeld was met een gemiddelde van 549
en dat 75% van de leerlingen die in België aan het onderzoek
meededen, een score had van 590 of lager. |
| |
|
|
|
| |
b. |
Bereken met behulp van deze gegevens de
standaardafwijking van de scores in België in 2011. |