© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)

Meer opgaven  
       
Construeer het snijpunt van lijn PQ met vlak ABC. Geef iedere keer een duidelijke uitleg.
       
       
 
a. b. c.
     
d. e. f.
     
g. h. i.
       
Construeer in de figuur hiernaast de lijn door A die PF én GC snijdt.

       
In de piramide hiernaast zijn BK en RS kruisende lijnen

Teken de lijn door M die deze beide kruisende lijnen snijdt.

 

       
In kubus ABCD.EFGH is Q een punt van EH. Verder is S het snijpunt van AF en EB.
Ergens op AB ligt een punt P zodat QS en DP elkaar snijden.

Construeer de plaats van punt P.

       
MEER OPGAVEN
       
5. In stap 3 bij het tekenen van het snijpunt van een lijn met een vlak in deze les staat:  "Teken het snijpunt van die snijlijn s met lijn l".
Maar dat zou mis kunnen gaan als s en l evenwijdig zijn! Dan is er immers geen snijpunt?
Leg uit wat er dan aan de hand is, en waarom dat niet zal gebeuren.
       
6. De ondoorzichtige kubus hieronder heeft een rechthoekig gat in het bovenvlak.
Er valt licht op de kubus uit de puntvormige lichtbron L. De wanden van de kubus weerkaatsen het licht niet.
Teken het deel van de binnenkant van de kubuswanden dat verlicht wordt door de lamp.
       
 

       
7. examenvraagstuk VWO Wiskunde B, 1990

Ten opzichte van een rechthoekig assenstelsel Oxyz is de balk OABC.DEFG gegeven door de punten:
O(0,0,0), A(4,4,0), B(0,8,0) en D(0,0,4).
In onderstaande figuur is deze balk zo getekend dat rechthoek OBFD op ware grootte is weergegeven.
Het punt P is het midden van lijnstuk BC.

De lijn AG snijdt vlak DFP in punt Q.
       
 

       
  Teken punt Q in deze figuur. Licht je werkwijze toe.
       
8. Teken in de balk hiernaast het snijpunt van AG met vlak HFM

       
9. Construeer het snijpunt van PC met vlak DAT.

       
10. Trek de lijn door M die de kruisende lijnen BN en GC snijdt.

       
     

© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)