| 5. | examenvraagstuk HAVO
wiskunde A, 1990. De dieren in een gebied zijn voor voedsel van elkaar afhankelijk. Soort A eet bijvoorbeeld soort B. Men zegt in dat geval dat de voedselstroom van A naar B gaat. Bij meerdere diersoorten kunnen die voedselstromen een web vormen: het zogenaamde voedselweb. Voor 8 diersoorten is de informatie over het bijbehorende voedselweb in de matrix W hiernaast gegeven. Kolom A en rij G bestaan uit louter nullen |
|||
| a. | Wat betekent dit voor deze diersoorten? | |||
| Er gaan voedselstromen van G naar B en van B naar A. We noemen dit de keten G → B → A | ||||
| b. | Wat is de langste voedselketen die in dit web voorkomt? | |||
| Twee dieren zijn elkaars concurrent als ze een gemeenschappelijke prooi hebben. | ||||
| c. | Welke paren concurrenten zijn er? | |||
| Er is een giftige stof in het milieu terechtgekomen. Sommige diersoorten nemen dat gif op. Dat wordt in hun lichaam niet afgebroken zodat hun eters het ook binnenkrijgen, en het weer kunnen doorgeven. Ongeacht welke diersoort het gif het eerste binnenkrijgt, uiteindelijk bereikt het gif diersoort A. | ||||
| d. | Toon dat aan. | |||
| Het is mogelijk van dit voedselweb een graaf te tekenen die er uitziet als hiernaast. |
|
|||
| e. | Geef in deze figuur de soorten A tm H en de richtingen van de voedselstromen aan. | |||
| Als je W2, W3, W4 enz. gaat berekenen dan krijg je op een gegeven moment een matrix met alleen nog maar nullen. | ||||
| f. | Leg met de graaf van vraag e) uit waarom dat zo is, en leg ook uit vanaf welke macht er alleen nog maar nullen zullen zijn. | |||
| 6. | examenvraagstuk HAVO wiskunde A, 1994. | |||
| Hieronder zie je een deel van de voedselketen van vogels voor de kust van Long Island (VS). Zo zie je bijvoorbeeld dat een voorn plankton en waterplanten eet. De voorn wordt onder andere door de ijsvogel gegeten. | ||||
|
|
||||
| Stel dat er sprake is van een verhoging is van de hoeveelheid vergif in de waterplanten. Neem aan dat alleen de aangegeven planten en dieren gegeten worden. Met het voedsel wordt ook het vergif doorgegeven. | ||||
| a. | Mag je een verhoging van de hoeveelheid vergif bij alle genoemde vogels verwachten? Licht je antwoord toe. | |||
| Het is mogelijk bovenstaande voedselketen weer te geven met behulp van matrices. De voedselstromen van P naar F zijn in matrix M weergegeven. | ||||
|
|
||||
| Een 1 in de matrix betekent dat de één als voedsel dient voor de ander en een 0 geeft aan dat de één niet door de ander wordt gegeten. Zo betekent bijvoorbeeld het getal 1 linksboven in de matrix dat P1 door F1 wordt gegeten en het cijfer 0 linksonder dat P1 niet door F5 wordt gegeten. | ||||
| b. | Maak een dergelijke matrix N die de voedselstromen van F naar B weergeeft. | |||
| c. | Vermenigvuldig matrix N met matrix M. | |||
| d. | Wat is de betekenis van de getallen in de productmatrix van vraag c? | |||
| 7. | examenvraagstuk HAVO Wiskunde A, 1995. | |||
| In de archeologie probeert men aan de hand
van opgravingen na te gaan hoe vroegere samenlevingsvormen er uit gezien
hebben en hoe ze veranderd zijn. Samenlevingsvormen verschillen van elkaar als bijvoorbeeld economische of godsdienstige kenmerken anders zijn: denk daarbij bijvoorbeeld aan goud als ruilmiddel in tegenstelling tot het gebruik van papiergeld, veelgodendom tegenover aanbidding van een enkele god. |
||||
| De ene
samenlevingsvorm kan overgaan in een andere. Murdock heeft voor een
aantal samenlevingsvormen onderzoek gedaan naar hun mogelijke opvolgers.
In de figuur 1 hiernaast heeft hij zijn resultaten samengevat. Je kunt
daar bijvoorbeeld aflezen dat de samenlevingsvorm Matri-Hawaiian kan
overgaan in één van de drie samenlevingsvormen: Bi-Eskimo, Patri-Eskimo
en Normal-Hawaiian. Van deze drie heeft alleen Patri-Eskimo een
mogelijke opvolger die in dit schema voorkomt, namelijk Normal-Eskimo. Het schema van deze figuur is op te vatten als een matrix: een zwart blokje staat voor 1: er is directe opvolging mogelijk; een wit blokje staat voor 0: er is geen directe opvolging mogelijk. We bekijken eerst een deel van deze figuur. Dit gedeelte geven we weer in de onderstaande matrix M; naast de matrix is de bijbehorende graaf getekend. |
![]() |
|||
|
|
||||
| Als matrix M met zichzelf vermenigvuldigd wordt, ontstaat matrix M2. | ||||
| a. | Schrijf matrix M2 op. | |||
| Een samenlevingsvorm A wordt een
niet-directe opvolger van samenlevingsvorm B genoemd als A wel in de keten van opvolgers van B zit, maar niet direct op B volgt. Bijvoorbeeld: B → ... → A of B → ... → ... → A. Om enig inzicht te krijgen in de niet-directe opvolging van samenlevingsvormen kan men de matrices M2, M3 (= M • M • M). enzovoorts bekijken. De matrix M3 heeft nog slechts op één plaats een getal staan dat niet gelijk is aan 0. |
||||
| b. | Leg uit op welke plaats in de matrix M3 dit getal staat en hoe groot dat getal is. | |||
| We gaan terug naar
de figuur 1. Figuur 1 is niet in één oogopslag te doorzien. De graaf die
bij matrix M is gemaakt biedt een veel duidelijker overzicht van alle
mogelijke overgangen tussen de diverse samenlevingsvormen die in M
vermeld staan. De graaf hiernaast is een deel van de complete graaf die bij figuur 1 hoort. |
|
|||
| c | Breid deze graaf zo uit dat alle samenlevingsvormen en alle mogelijke overgangen die in figuur 1 genoemd worden in deze graaf komen te staan. | |||
| 8. | Een klein jongetje
probeert zijn gebruik van LEGO-blokjes wat wiskundig op orde te
brengen. Hij onderscheid voor het bouwen van allerlei dingen
grote blokjes en kleine blokjes en dakblokjes. Voor het bouwen van een toren zijn 60 kleine blokjes en 20 grote blokjes en 15 dakblokjes nodig. Voor het bouwen van een muur zijn 15 kleine blokjes en 48 grote blokjes nodig. Voor het bouwen van een kasteel zijn 4 muren, 3 torens en nog 10 dakblokjes nodig. |
||
| a. | Zet deze gegevens in een 6 × 6 matrix W (zet bij de kolommen "voor het maken van"" en bij de rijen "is nodig") | ||
| b. | Bereken W2 en leg uit wat de getallen in de laatste rij van deze matrix voorstellen. | ||
| 9. | Iemand maakt een
verbindingsmatrix V voor alle 16 roosterpunten van het rooster
hiernaast. Dat wordt dus een 16 ×16
matrix. Welk getal zal er op de derde rij en de derde kolom van V6 staan? |
|
|
| 10. | De graaf hiernaast geeft de
resultaten van een tennistoernooi. De pijlen geven de relatie
"heeft gewonnen van" weer. Verzin een methode om via verbindingsmatrices de winnaar van het toernooi aan te wijzen. Maak daarbij ook gebruik van indirecte overwinningen. |
|
|
|
|
|||
|
© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl) |
|||