| |
 |
| Bewegingen
in een plat vlak. |
©
h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl) |
|
|
|
Een complex getal kun je zien als
een punt P in het complexe vlak met een r en een
φ
, maar óók als een vector OP met een lengte en een richting.
We zijn over de bewerkingen met complexe getallen intussen twee dingen
te weten gekomen: |
|
|
|
Met optellen kunnen we die vectoren
kop-aan-staart leggen
Met vermenigvuldigen kunnen we die vectoren
draaien en korter/langer maken. |
|
|
|
| Hoogste tijd deze kennis toe te gaan passen. |
|
| |
|
Voorbeeld 1.
Een gelijkzijdige driehoek ABC heeft A = (1,6) en B = (4,2)
Geef de coördinaten van punt C.
De oplossing is eenvoudig:
|

|
| |
|
"Als je zo graag wilt weten waar C ligt,
dan loop je er toch gewoon vanaf O naar toe?" |
|
|
Natuurlijk: met vectoren geldt er
dat OC = OB + BC. Die OB is een makkie, maar hoe groot is vector
BC?
Laten we de figuur verplaatsen naar het complexe vlak.
Daar zie je dat je vector BC kunt krijgen door vector BA over een hoek
van -60º te draaien (met de klok mee is negatief).
Maar draaien over
-60º is hetzelfde als vermenigvuldigen met het getal cos(-60º) +
isin(-60º) en dat
is 1/2 - 1/2i√3.
Vector BA hoort bij het complexe getal -3 + 4i (loop
maar van B naar A)
Dus hoort BC bij het getal:
(-3 + 4i) • (1/2
- 1/2i√3)
= (-11/2 + 2√3)
+ i(11/2√3
+ 2)
Dan is OC = OB + BC = (4 + 2i) + (-11/2
+ 2√3) + i(11/2√3
+ 4) |
 |
| Dat is 21/2
+ 2√3 + i(11/2√3
+ 4) dus is C in het "normale vlak" het
punt C = (21/2
+ 2√3 , 11/2√3
+ 4) |
|
|
|
|
Oké, hoor ik je al denken; wat
een gedoe om eigenlijk niets. Dat had ik ook wel in twee minuten met een paar handige
driehoekjes en sos-cas-toa en Pythagoras kunnen uitrekenen.
En dat is waarschijnlijk ook zo..... Maar dat is nog geen reden om zo
verwaand te doen!
Het was ook nog maar een beginvoorbeeldje om het idee te pakken te
krijgen. Laten we een stapje verder gaan: |
| |
|
Voorbeeld 2.
Hier staat een regelmatige 17-hoek met zijden 2.
Bereken afstand OF in drie decimalen nauwkeurig.
Leg de hele figuur in het complexe vlak met O in de oorsprong en A = 2
Bij elke zijde van de 17 hoek wordt de vorige zijde gedraaid over een
hoek 360/17. Dat is hetzelfde als vermenigvuldigen
met het complexe getal
z = cos(360/17) + isin(360/17)
OF = OA + AB + BC + CD + DE + EF
OF = 2 + 2z + 2z2 + 2z3 + 2z4
+ 2z5 |
 |
Voer in de GR in cos(360/17)
+ isin(360/17) en druk op ENTER
Sla dit getal op in X: STO
X
Bereken 2 + 2X + 2X2 + 2X3 + 2X4 + 2X5
en je vindt 5,87165 + i • 7,77532. Dat geeft dus punt F.
De afstand OF kun je met Pythagoras vinden (√(5,87...2
+ 7,77...2) ) maar het kan ook in één keer als je bedenkt
dat het de modulus van het getal F is: MATH
- CPX
- abs(ANS)
In beide gevallen vind je OF ≈
9,743 |
|
|
|
|
| Robots |

som van een meetkundige
rij
|
|
|
Een robot staat in de oorsprong van een plat
vlak en begint met een stap van 8 naar rechts te nemen. De volgende
stappen die hij gaat nemen neemt hij volgens zijn programma:
|
Draai over 60º.
Maak de stapgrootte 80% van de vorige stap. |
|
|
Vermenigvuldigen van de lengte met 0,8 betekent r = 0,8.
Draaien over 60º betekent vermenigvuldigen met cos(60º) + isin(60º)
Beide doen betekent dus vermenigvuldigen met z = 0,8(cos(60º) + isin(60º))
Dat is z = 0,8(0,5 + 0,5i√3)
= 0,4 + 0,4i√3 |
 |
Na 1 stap staat de robot in
8
Na 2 stappen staat de robot in 8 + 8z
Na 3 stappen staat de robot in 8 + 8z + 8z2
en zo gaat dat maar door......
Waar staat hij na 10 stappen?
Nou: in punt 8 + 8z + 8z2 +
... + 8z9 en daar staat een meetkundige rij.
Berekenen met de GR geeft 5,4075 + i •
7,4839
Waar komt hij uiteindelijk
uit?
De som van oneindig veel termen van de meetkundige rij levert
|
Grappig; zo kun je een punt
"wurgen"!!
Laat het robotje een touw meenemen en dat bij elk draaipunt in de grond
vastslaan en je krijgt het plaatje hiernaast.
Dat punt daar in het midden krijgt het uiteindelijk aardig benauwd zo!
|
 |
|
| |
| |
|
|
|
OPGAVEN |
|
|
| 1. |
Bereken de hoogte van de
regelmatige negenhoek hiernaast, met zijden 5, in twee decimalen
nauwkeurig. |
 |
| |
|
|
|
|
|
|
|
| 2. |
Op een voorwerp werken
drie krachten. Zie de figuur hiernaast.
Bereken door gebruik te maken van complexe getallen de
resulterende kracht en de richting daarvan |
 |
| |
|
|
|
|
|
|
| 3. |
Hiernaast zie je een
driehoek ABC waarvan hoek B gelijk is aan 100°.
Verder is AB = 2 • BC
Als A = (1.5, 8) en B = (4,2) kun je de coördinaten van C
makkelijk met complexe getallen uitrekenen,
Geef de coördinaten van punt
C in twee decimalen nauwkeurig
|
 |
| |
|
|
|
| 4. |
Een robot staat in de
oorsprong. Zijn eerste stap is 8 naar rechts. Vervolgens draait
hij steeds over 40º en reduceert zijn volgende stap tot 75% van
de laatste. |
| |
|
|
|
| |
a. |
Waar is de robot na 10
stappen? (geef de coördinaten in 3 decimalen) |
| |
|
|
|
| |
b. |
Waar zal de robot uiteindelijk
eindigen? (geef de coördinaten in 3 decimalen) |
| |
|
|
|
| 5. |
Een killer-bot staat in
de oorsprong klaar om een punt te gaan wurgen. Zijn eerste stap
zal 12 naar links zijn. Tot welk percentage moet hij elke volgende
stap steeds reduceren, en over welke hoek moet hij draaien om
uiteindelijk het punt (6,8) te gaan wurgen? |
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
©
h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl) |
|